HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

Ile de la Tortue 17e eeuwSpanje bestuurt Hispaniola vanuit de zuidoostelijk gelegen stad Santo Domingo. Aan het westelijke deel van het eiland besteden ze weinig aandacht. In dit dichtbeboste en bergachtige gebied kan de natuur zijn gang gaan. Het niemandsland vormt een ideale leefomgeving voor boekaniers, smokkelaars en piraten en kapers die het eiland La Tortue gebruiken als schuilplek en uitvalsbasis.

Kapers en boekaniers
Al vroeg in de 17e eeuw ontwikkelt de beschutte zuidzijde van het Ile de la Tortue zich tot een belangrijke en beruchte pleister- en handelsplaats. Het eiland ligt strategisch ten opzichte van de belangrijkste Spaanse scheepvaartroutes en de nabijheid van het wildrijke Hispaniola zorgt voor (ruil)handel. Ile de la Tortue is ook aantrekkelijk door de aanwezigheid van Brazielhout, waaruit een rode kleurstof wordt gewonnen. De bewoners van het eiland en de kuststreken vallen uiteen in twee belangrijke groepen: de kapers/piraten, die zich de Broeders van de kust noemen, en de boekaniers, jagers die landinwaarts op wilde runderen en varkens jagen.

Strijd om Ile de la Tortue
In 1629 vestigt zich een groep van zo'n tachtig Fransen zich op Ile de la Tortue. Ze zijn afkomstig van het eiland Saint Christophe en op de vlucht voor Spanjaarden. Kort daarna krijgen ze gezelschap van enkele honderden Engelsen die door Spanjaarden verjaagd zijn van het eiland Nevis. De Spanjaarden voelen niets voor deze kolonie voor hun kust en verjagen de kolonisten in 1630. De Engelsen komen echter het jaar daarop al weer terug en veranderen de naam van Ile de la Tortue in Association Island. De Engelsen openen hun haven voor kapers om zich te herbevoorraden. Weer grijpen de Spanjaarden in en weer komen de Engelsen en de Fransen terug. In 1640 krijgen de Fransen vaste voet aan de grond op Ile de la Tortue. Onder leiding van de protestantse militair ingenieur Francois Levasseur blijft het eiland meer dan tien jaar in Franse handen (tot 1654). Levasseur is dan al overleden. In 1652 is hij vermoord. Het eiland gaat weer over in Spaanse handen en vervolgens in die van de Engelsen.

Franse heerschappij
Uiteindelijk komen Ile de la Tortue en de kust van Hispaniola op 6 juni 1665 definitief in Franse handen, zo blijkt uit een officiële acte van Bernard d'Ogeron, de gouverneur van Ile de la Tortue. Ondertussen zijn er op de westelijke helft van Hispaniola ook Franse nederzettingen ontstaan. Port-de-Paix, Petit Goave (1659), Leogane (1663) en Cap Haitien (1670). D'Ogeron wordt vanuit Ile de La Tortue de grondlegger van de Franse heerschappij over het latere Saint Domingue. Hij vestigt een centaal gezag, trekt nieuwe kolonisten en ingehuurde arbeidskrachten (engagés) aan, zorgt voor meer vrouwen in de kolonie, stimuleert de landbouw (o.a. de verbouw van tabak) en dringt de invloed van piraten en kapers terug. De boekaniers voegen zich langzaam maar zeker in de nieuwe agrarische samenleving. Voor kapers blijkt deze overgang lastiger. Uit een document uit 1681 komt naar voren dat de kolonie 7848 zielen kent. In 1697 komt het westelijke deel van Hispaniola, dat Saint Domingue wordt genoemd, door de vrede van Rijswijk definitief in Franse handen.

 
Meer weten over piraten en kapers? Bekijk de site Le Diable Volant.