HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

Suikerrietplantage Saint DomingueDe Fransen noemen het westelijke deel van Hispaniola, dat sinds de vrede van Rijswijk in 1679 hun grondgebied is, Saint Domingue. Aan het begin van de 18e eeuw komt de kolonie tot bloei. Overal worden plantages aangelegd. Saint Domingue wordt Frankrijks welvarendste kolonie. De productie van tabak, suiker, koffie, indigo enz kan alleen plaatsvinden door de arbeidskracht van duizenden slaven uit Afrika.

Handelsbelang
Het belang van Saint Domingue voor Frankrijk is groot. Een vijfde van haar buitenlandse handel wordt gevormd door de import uit en de export naar de kolonie. De kolonie verschaft 15.000 matrozen het hele jaar door werk. De doorvoer en verwerking van koffie, suiker, cacao, indigo, katoen en tabak bepalen voor twee vijfde deel de handelsbalans. Er zijn op Saint Domingue op een gegeven moment zo'n 7000 plantages die 43% van het grondoppervlak beslaan. Koffie wordt in de bergen verbouwd, suikerriet op de vlaktes. Cap François (het huidige Cap Haitien) is aanvankelijk de hoofdstad met 18.000 inwoners, gevolgd door Port-au-Prince met 10.000 inwoners, dat in 1749 de hoofdstad wordt. Saint Domingue wordt bestuurd door een vanuit Parijs aangesteld koloniaal bestuur met een gouverneur en een intendant, ondersteund door de marechaussee.

Planters en slaven
Frankrijk heeft zijn handelsbelangen met Saint Domingue veilig gesteld door het Exclusif Metropolitain: planters mogen hun producten uitsluitend verkopen aan Frankrijk tegen door de Franse overheid vastgestelde prijzen. Voor de planters is dit Franse alleenrecht een doorn in het oog. De groep planters bestaat uit zowel blanken als mulatten. Rond 1791 zijn er ongeveer 25.000 tot 30.000 blanken; iets meer kleurlingen (mulatten) en naar schatting minimaal 450.000 slaven. De jaarlijkse aanvoer van nieuwe slaven uit Afrika ligt dan op ten minste 30.000 per jaar. Met harde en wrede hand worden de slaven onder de duim gehouden. De wil van de meester bepaalt hun leven. Ze moeten buitensporig hard werken, hebben te weinig te eten, en krijgen geen toegang tot gezondheidszorg of onderwijs. Veel slaven sterven een vroegtijdige dood, maar schiplading na schiplading voert 'verse' slaven aan. Hoewel er geen sprake is van massaal verzet van de kant van de slaven, vinden er regelmatig opstanden plaats. Deze worden op bloedige wijze neergeslagen. Een van bekendste opstandelingen is de slaaf Macandal. Zes jaar lang is hij de schrik van de plantage-eigenaren. Ook zijn er steeds meer slaven die de plantages ontvluchten en een veilig heenkomen in het slecht toegankelijke en bergachtige binnenland zoeken. Zij worden marrons genoemd.

Blank, zwart en mulat
Seksuele relaties tussen blanke mannen en zwarte slaven zijn schering en inslag. Trouwen doen de blanken echter nauwelijks met zwarte vrouwen. In 1778 wordt dit zelfs officieel per wet verboden. Kinderen die uit deze relaties voorkomen (mulatten / kleurlingen) worden op hun 21e vrij verklaard (affranchi). Ongeveer de helft van de mulatten is financieel gegoed en ongeveer tien procent van hen bezit meer slaven dan de blanke planters. Hoewel een groot aantal mulatten zich een aanzienlijke positie heeft verworven in de kolonie, worden ze als groep gediscrimineerd, zowel door de welvarende blanken, de 'grands blancs', als door de groep van 'petits blancs' of 'blancs manants', de arme blanke bewoners van Saint Domingue. Zowel de blanken als de mulatten kijken neer op de zwarte slaven.

Kruitvat
Veel welvarende plantage-eigenaren verlaten het eiland zo snel als mogelijk om in het moederland van de vruchten van hun rijkdom te kunnen genieten. Het beheer van hun bezittingen - zowel gebouwen, grond als ook de slaven - laten ze over aan zaakwaarnemers, die vaak ook maar een oogmerk hadden: rijk worden over de ruggen van de slaven. "Deze slavenkolonie voelt aan als een stad die doorlopend onder belegering staat. We wonen op een kruitvat", schrijft iemand in 1783. Tussen de blanken onderling bestaat onenigheid, de mulaten voelen zich ver verheven boven de slaven, maar tegelijk gediscrimineerd door de blanken. En de slaven, van wie er velen nog geboren zijn in Afrika, buigen onder het geweld van de zweep en straffen. Ze vormen een onderdrukte, maar in aantal overweldigende meerderheid. Het wachten is op het moment dat het lont in het kruitvat wordt gestoken.

Verslag van het leven op Saint Domingue volgens Justin Girod de Chantrans