HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

Kroning Faustin 1Na de lange regeerperiode van Boyer, is de tweede helft van de negentiende eeuw een periode van chronische onrust en instabiliteit. Een machtsstrijd tussen de zwarte elite en de mulattenelite verscheurt het land. Beide groepen maken gebruik van ongeordende troepen om aan de macht te komen. De kloof tussen mulat en zwart, elite en arme bevolking, Franse en Afrikaanse cultuur, stad en platteland groeit. In 1915 vallen Amerikaanse mariniers Haïti binnen om 'orde op zaken' te stellen.

Tussen 1843 en 1915 kent Haïti 22 presidenten, van wie er maar een zijn ambtstermijn volledig uitzit. Na Boyers aftreden in 1843 volgen vier presidenten elkaar snel op. Drie van hen - Guerrier, Pierrot en Riché – zijn al wat oudere zwarte generaals die door een mulattenelite worden gesteund. Deze elite houdt achter de schermen de macht in handen, terwijl voor het er voor oog op lijkt dat de belangen van de overwegend zwarte bevolking gediend worden door een zwarte president. Dit verschijnsel wordt op Haïti 'politique de doublure' genoemd. Deze truc proberen ze ook uit te halen met de daaropvolgende president Soulouque die in 1847 aantreedt. Hij laat zich echter niets gezeggen door de mulattenelite. Gesteund door het overwegend zwarte leger, en belangrijker door een eigen privémilitie – de zenglens – krijgt hij de macht stevig in handen. Soulouque wil van Haïti een volledig zwarte natie maken, waarin ook de voudou als godsdienst een belangrijke plaats heeft. De mulattenelite wordt letterlijk een kopje kleiner gemaakt. Soulouque maakt in 1852 van Haïti een keizerrijk en laat zich kronen tot keizer Faustin de Eerste.


Drie republieken
Financieel is Haïti failliet. Om aan geld te komen - o.a. om Frankrijk schadeloos te stellen - valt Soulouque de Dominicaanse Republiek verschillende keren binnen. De Haïtiaanse troepen onder leiding van (de mulatten!) generaal Geffrard worden echter verslagen. Als Geffrard hierdoor in ongenade valt bij Soulouque, besluit de generaal in opstand te komen tegen de dictatoriale keizer. Het land staat dan aan de rand van de afgrond. Corruptie tiert welig, de 'zenglens' en andere opstandige groepen maken het land onveilig en de handel met het buitenland is volledig ingestort. In 1858 herstelt Geffrard de republiek. Geffrard zet zich in voor het herstel van de landbouw en verbetering van de contacten met het buitenland. In 1860 sluit hij een overeenkomst met de Rooms Katholieke kerk. (= het Concordaat). Hij probeert door middel van verzoening en hervormingen zijn doel te bereiken. Het land is er echter niet rijp voor. In acht jaar tijd vinden er vijftien pogingen tot staatsgreep plaats. Geffrard wordt gedwongen zijn toevlucht tot macht en geweld te nemen. Het mag allemaal niet meer baten. Salnave wordt in 1867 de volgende president. Kort daarna breekt een burgeroorlog uit. Zowel het noorden als het zuiden van het land komen in opstand tegen de centrale regering van Salnave in Port-au-Prince. In 1869 zijn er niet minder dan drie republieken; die van het noorden, het zuiden en de eigenlijke regering in de hoofdstad.

Politiek bedrijf in de 19e eeuw
Door middel van de staat – en daarin met name het machtige presidentsambt – proberen machtsgroepen in de samenleving hun eigen positie te verstevigen en hun eigen belangen te dienen. Ze gebruiken het staatsapparaat ten gunste van de eigen groep (cliëntelisme). Om aan de macht te komen zijn opstanden en staatsgrepen nodig. Hierdoor komt de ene groep ten koste van de andere aan de macht. Het leger speelt een belangrijke rol. Dictatoriale macht van de president wordt mogelijk gemaakt door steun van het leger. Niet voor niets zijn bijna alle Haïtiaanse presidenten in de periode 1804 – 1914 ooit generaal geweest. Omdat politieke macht gebruikt wordt voor particuliere belangen, kan welke vorm van oppositie dan ook niet getolereerd worden. De oppositie op haar beurt heeft ook niet als doel de politieke oriëntatie van het land bij te sturen, maar om de huidige machtshebbers te verwijderen, en zelf aan de macht komen om met hun groep te profiteren van de opbrengsten van het staatsapparaat. De overgang van de ene naar de andere groep gebeurt dan ook niet via democratische weg, maar gewapender hand met steun van de militairen of opstandige bevolkingsgroepen.


Amerika grijpt in
Op Salnave volgen nog vele presidenten, van wie sommigen het goede met het land voor hebben, maar geen kans krijgen hun beleid uit te voeren. In 1915 grijpt de Amerikaanse regering in. Al sinds de invoering van de Monroe Doctrine (1823) streven de Verenigde Staten naar heerschappij in Midden Amerika. In 1904 wordt de Monroe Doctrine uitgebreid met de Roosevelt Corollary, die er op neer komt dat de Verenigde Staten zich beschouwen als de politieman van de hele regio en waar nodig kunnen ingrijpen. In dat kader valt ook hun interventie in Haïti te begrijpen. Hieraan liggen militaire en economische motieven ten grondslag. Ze willen de rol van de Europese landen (o.a. die van Duitsland) op Haïti terugbrengen; ze willen geen onrust in hun achtertuin en ze willen meer economisch profijt van Haïti trekken. De directe aanleiding voor de interventie zijn de onlusten in Port-au-Prince na de moord in de gevangenis op een grote groep mulatten en de daaropvolgende lynchpartij van president Vilbrun Guillaume Sam.