HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

OnafhankelijkheidsstrijdDe gebeurtenissen op Haïti komen in een stroomversnelling door de Franse Revolutie in 1789. In Frankrijk klinkt de leus 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap'. In het zelfde jaar wordt de verklaring van de Rechten van de Mens opgesteld. Hierin wordt gesproken over gelijke rechten voor alle mensen. Betekent dit het einde van de slavernij? De kolonie is in verwarring. In 1791 breekt de slavenopstand uit. Na een jarenlange strijd, waarin naast Frankrijk ook Spanje en Engeland betrokken raken, wordt Haïti in 1804 onafhankelijk.


Op de slaven na zit niemand te wachten op afschaffing van de slavernij. De mulatten willen echter wel op gelijke voet behandeld worden als de blanken. En als dat niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks, denken de mulatten Oge en Chavannes. Ze ontketenen een kleine opstand, maar deze wordt al snel neergeslagen en beide mannen worden ter dood gebracht. De 'grote' blanken vrezen de afschaffing van de slavernij en hopen op herstel van het koningshuis in Frankrijk. Tegelijk hopen ze door de revolutie wel meer vrijheid te krijgen om handel te drijven. Zij mochten tot dan toe alleen hun spullen verkopen aan de Franse overheid tegen een door die overheid vastgestelde prijs. Het liefst maken ze Saint Domingue onafhankelijk van Frankrijk. De 'kleine' blanken ten slotte zien in de revolutie hun kans om op gelijke voet te komen met de 'grote' blanken.

Bois Caiman
En de slaven zelf? Op 14 augustus 1791 is er een geheime bijeenkomst van slaven in het Bois Caiman in het noorden van Haïti. Onder leiding van de houngan (voudoupriester) Boukman vindt er een voudouceremonie plaats en wordt de laatste hand gelegd aan een plan voor een slavenopstand in het noorden. Op 22 augustus is het zover. Door middel van trommels en het blazen op de lambi (een hoornschelp) wordt het signaal van de opstand gegeven. Binnen korte tijd worden 2000 blanken gedood en honderden plantages gaan in vlammen op.

Toussaint Louverture
De opstand brengt de blanken en de mulatten weer onder een banier. Ze leggen een rij verdedingsforten aan om de verspreiding van de opstand tegen te gaan. Samen proberen ze de opstand in te dammen. Twee vertegenwoordigers vanuit Frankrijk, Sonthonax en Polverel, geven hier leiding aan. Ook worden er Franse troepen aangevoerd. De opstandige slaven bieden echter hun diensten aan de Spaanse troepen op het oostelijke deel van het eiland aan. Spanje valt dan met het slavenleger Saint Domingue binnen. Ondertussen zien de Engelsen een goede gelegenheid om een graantje mee te pikken van de wanorde op het welvarende eiland. Engelse troepen nemen diverse gebieden van het eiland in bezit. Sonthonax en Polverel begrijpen dat hun kans op succes verdwenen is. Ze kiezen eieren voor hun geld en verklaren dat de slaven gelijke rechten hebben. Dit doet de slaven, die dan onder leiding staan van de bekwame aanvoerder Toussaint Louverture, besluiten de kant van de Fransen te kiezen. Van Frankrijk hebben ze nu weer het meeste te verwachten. Voor Frankrijk herovert Toussaint Louverture met zijn slavenleger het eiland op de Spanjaarden en Engelsen. Hij is nu de nieuwe machthebber op het eiland. In 1801 laat hij zich uitroepen tot gouverneur voor het leven. Hij probeert het gewone leven en de economie op Haïti te herstellen. Het land heeft echter enorm veel te lijden gehad van de oorlogsjaren. Hij verplicht de bevolking weer aan het werk te gaan op de plantages en te werken aan herstel van wegen en installaties.

1804: onafhankelijkheid
Dat Toussaint Louverture de macht van de Fransen min of meer heeft overgenomen zit Frankrijk niet lekker. Ze zien het eiland, waaraan ze zoveel geld verdiend hebben, uit hun vingers glippen. Napoleon Bonaparte, die in Europa inmiddels zijn handen vrij heeft, besluit in 1801 een invasiemacht onder leiding van generaal Leclerc naar Saint Domingue te sturen. Er volgt een harde strijd, waarin Toussaint Louverture het onderspit delft. Hij wordt gevangen genomen en naar Frankrijk gestuurd. In een gevangenis in de Franse Jura overlijdt hij. Op Haïti slaat dan opnieuw de vlam in de pan. De Franse troepen lijden veel verliezen door tropische ziekten. Onder leiding van generaal Dessalines worden de Franse troepen uiteindelijk door zwarte en mulatten legers verslagen. In 1804 wordt in de stad Gonaïves de onafhankelijkheid van Saint Domingue uitgeroepen (bekijk de onafhankelijkheidsverklaring). Het land krijgt zijn oude naam terug: Haïti. Het volkslied krijgt de naam van de bevrijder: Dessalinienne.

Toussaint LOuverture

 

Door mij te overwinnen hebben ze alleen maar de stam van de vrijheid voor zwarte mensen omgehakt. Er zal weer nieuwe groei komen, want er liggen nog veel diepe wortels. (Toussaint Louverture)

 

 

Meer lezen:
Het Louverture Project geeft veel informatie over de slavenopstand op Haïti.
De onafhankelijkheidsstrijd

Icoon boek

 
Vuurnacht Haiti: Toussaint Louverture en de slavenopstand,
Martin Ros (2010)

 

Nakomelingen van Poolse soldaten in Haïti
In het Franse invasieleger, onder leiding van generaal Leclerc, dat het opstandige Saint Domingue weer onder Frans gezag moest brengen, vochten ook soldaten uit Polen (en o.a. ook Duitsland) mee. Zo'n 5.000 Polen landden op het eiland om de keizer te helpen de verloren gegane kolonie terug te winnen. Al snel leden de Polen zware verliezen door gevechten en door de gele koorts. Luitenant Josef Zandora schrijft op 20 april 1803 in een brief het volgende:

"Dit is waarschijnlijk de laatste keer voor mijn dood dat ik je schrijf, want al wat er van mijn derde brigade is overgebleven, zijnn driehonderd manschappen en wat officieren......Alle anderen zijn dood. Ik ben vervuld van wanhoop terwijl ik dit schrijf en heb veel spijt van mijn besluit naar Amerika te gaan en zou het nu zelfs mijn ergste vijand niet aanraden. Veel beter is het bedelaar in Europa te zijn dan je geluk zoeken in Amerika waar duizend ziekten je noodlottig kunnen worden. We zouden allemaal graag uit het leger stappen, maar de Fransen dwingen ons door te vechten. " (overgenomen uit: Vergeten blanke stammen van Riccardo Orizio (2000)).

Zo'n 4000 Polen sneuvelden op Saint Domingue. Ongeveer 150 soldaten deserteerden en liepen over naar de troepen van de voormalige slaven. Naar schatting bleven er zo'n 240 Poolse soldaten achter op het eiland. Toen Haïti in 1804 onafhankelijk werd, beval Dessalines de achtergebleven Polen het Haïtiaanse staatsburgerschap te verlenen. In de Grondwet van 1805 (Engelse vertaling)  staat het volgende met betrekking tot deze genaturaliseerde Polen.

Artikel 12. No whiteman of whatever nation he may be, shall put his foot on this territory with the title of master or proprietor, neither shall he in future acquire any property therein.

Artikel 13. The preceding article cannot in the smallest degree affect white woman who have been naturalized Haytians by Government, nor does it extend to children already born, or that may be born of the said women. The Germans and Polanders naturalized by government are also comprized (sic) in the dispositions of the present article.

Een deel van de Polen vestigde zich in het dorpje Casale, ten noorden van Port-au-Prince in de omgeving van Cabaret. Vanwege de geïsoleerde ligging van het dorp heeft deze gemeenschap een bepaald Pools karakter behouden. Het uiterlijk van sommige bewoners verraadt een Europeese afkomst. Tijdens het bezoek van de Poolse paus (Johannes Paulus II) in 1982 werd een delegatie uit het dorp opgetrommeld om de paus te verwelkomen.