HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

Spanjaarden en Arawak indianenOp 6 december 1492 zet Columbus voet aan wal op Ayiti. Hij is verrukt over de schoonheid van het eiland en geeft het een nieuwe naam: Hispaniola, klein Spanje. Ayiti – de naam betekent bergachtig land – wordt bewoond door Arawak indianen. De 'ontdekking' van hun eiland door de Spanjaarden luidt hun ondergang in. De op goud en grond beluste conquistadores decimeren de oorsponkelijke indiaanse bevolking. Hun cultuur gaat verloren op Haïti.
 

Op het eiland leven ongeveer drie- à vierhonderdduizend Arawak indianen in een goed georganiseerde samenleving. Het eiland is onderverdeeld in vijf koninkrijken (cacicaten). Aan het hoofd van ieder koninkrijk staat een leider, de cacique. Ieder dorp heeft ook een eigen dorpscacique – een soort van dorpshoofd.

Het eerste fort

Op Kerstdag 1492 loopt De Santa Maria - het vlaggeschip van Columbus - voor de noordelijke kust op de rotsen vast. Met de overblijfselen bouwen de Spanjaarden een eenvoudig fort. Ze noemen het fort La Navidad (= Christus' geboorte). Na dit voorval besluit Columbus terug te keren naar Spanje om rapport uit te brengen aan de koning van Spanje en om een nieuwe, grotere expeditie uit te rusten. In het fort laat hij een kleine groep soldaten achter met het uitdrukkelijke bevel de indianen goed en respectvol te behandelen. Wanneer Columbus met een grotere expeditie terugkeert naar La Navidad bestaat het fort niet meer. Tegen het bevel van Columbus in, hebben de achtergebleven soldaten zich vergrepen aan de Indiaanse vrouwen. Op zoek naar goud zijn ze op strooptocht gegaan. De wraak van de indianen laat niet lang op zich wachten. De kleine groep Spanjaarden staat machteloos tegenover de indianen. Het fort La Navidad gaat in vlammen op en alle Spanjaarden worden gedood.

Vernietiging van de indianen
Gaandeweg verslechteren de goede verhoudingen tussen de Spanjaarden en de indianen. Veel Spanjaarden zijn op jacht naar goud en maken zich schuldig aan plunderingen. Columbus lijkt anders te willen, maar is niet bij machte in te grijpen. Door list en geweld worden de indianen overwonnen. De onderworpen caciques moeten belasting betalen aan de Spanjaarden en Spaanse kolonisten hebben recht op indianen die voor hen het werk kunnen doen. Zolang de caciques de gevraagde hoeveelheden goud en voedsel leveren, worden ze met rust gelaten. De Spanjaarden eisen echter gaandeweg meer en meer. Voor veel indianen is dit teveel gevraagd. Duizenden indianen sterven als gevolg van de zware lichamelijke arbeid. Ook westerse ziekten als pokken en tbc eisen hun tol. Voorzichtige schattingen geven aan dat er in 1508 van de drie à vier honderdduizend indianen nog zestigduizend in leven zijn. Nog eens zes jaar later is hun aantal verminderd tot dertienduizend. Binnen een kwart eeuw is een hele bevolkingsgroep het slachtoffer geworden van de veroveringsdrang en de jacht op goud van een westerse natie (lees het relaas van Bartolome de las Casas).

De eerste slaven uit Afrika
Met het verdwijnen van de oorspronkelijke bevolking blijven de Spaanse kolonisten met een probleem zitten. Wie moet het werk doen? De oplossing hiervoor wordt gevonden in het invoeren van negerslaven uit Afrika. Al in 1510 worden de eerste slaven aangevoerd. Op 22 januari van dat jaar geeft koning Ferdinand van Spanje toestemming om 50 Afrikaanse slaven te verschepen naar Hispaniola. Hispaniola brengt overigens niet wat de veroveraars voor ogen staat. Op andere plekken in Midden Amerika is meer buit te halen. Het economische belang van het eiland neemt dan ook snel af.

Arawak Indianen voor de komst van Columbus
De ontdekkingsreis van Columbus


Icoon boekThe Tainos: rise and decline of the people who greeted Columbus. Irving Rouse (1992)
Taino Columbus' verstoorde paradijs. Ottho Kikkert (1992)
Histoire des caciques d'Haïti. Emile Nau (1892)
De verwoesting van de West-Indische landen. Bartolome de las Casas (1552 / 1992)

 

 
Kolonialisering
In 1493 verdeelt Paus Alexander VI de (nog te ontdekken) overzeese gebieden tussen de Spanjaarden en de Portugezen. Na de 'ontdekking' van Haïti waren beide grootmachten in een nek aan nek race verwikkeld om zich nieuwe gebieden toe te eigenen. De Paus trekt een lijn op 480 km ten westen van de Kaap Verdische eilanden. Alles wat ten westen ervan ligt behoort aan Spanje toe. Portugal krijgt de gebieden ten westen van de lijn. Dit besluit is vastgelegd in de Pauselijke bul Inter Caetera. Op grond van deze bul claimt koning Ferdinand van Spanje Haïti van de indianen. Op zijn tweede reis naar Haïti krijgt Columbus een brief hierover mee gericht aan de Taino's. In 1494 wordt de bul aangepast - het verdrag van Tordesillas - waardoor Portugal Brazilië kan opeisen.

Aan de 'donatie' zit de voorwaarde verbonden dat de 'heidense' volken in de overzeese gebieden tot het christendom bekeerd moeten worden. In de praktijk komt hier niets van terecht of het gebeurt op gewelddadige wijze. Begin 16e eeuw ontstaat de (wettelijk vastgelegde) praktijk van de Requerimiento (Verzoek). Spaanse veroveraars lezen ten overstaan van de Indianen (in het Spaans) een proclamatie voor waarin ze aangeven dat hun grond door de Paus aan de Spanjaarden geschonken wordt en zij zich daaraan te onderwerpen hebben. Doen zij dat niet, dan staan hen zware straffen te wachten. Pas in 1573 wordt de Requerimiento afgeschaft.

Ook ontstaat de Encomienda. Spaanse veroveraars kregen stukken grond en indianen toegewezen. De Spanjaarden (de encomenderos) moesten de indianen beschermen en onderwijzen in de Spaanse taal en het katholieke geloof. Als tegenprestatie leverden de indianen arbeid, goud en andere producten en diensten. In de praktijk kwam de encomienda neer op slavernij.


Bartolome de las CasasVerdediger van de Indianen - Bartholome de las Casas
Bartholome de las Casas komt in april 1502 aan in Santo Domingo, de hoofdstad van Hispaniola. Hij heeft de reis ondernomen samen met honderden goud- en gelukzoekers, zijn vader - die al op Columbus' tweede reis naar Hispaniola is meegegaan - en de nieuwe gouverneur van het eiland, Nicolas de Ovando en zijn gevolg. De las Casas is op dat moment een soort van aalmoezenier. Ook wordt hij encomendero; grond- en slavenbezitter. Enkele jaren later wordt hij tot priester gewijd. Door het bestuderen van de Bijbel komt hij tot de overtuiging dat de Spaanse aanpak van gewelddadige bekeringen en de encomienda verkeerd zijn. Vanaf dat moment zet hij zich in voor de bescherming van de Indiaanse bevolking en een vreedzame bekering. Hij bepleit hun zaak op de preekstoel, bij de kolonisten en aan het hof in Spanje. Ook documenteert hij de wandaden die de Spanjaarden begaan hebben tegen de Indianen. 'De verwoesting van de West-Indische Landen' is zijn bekendste boek geworden.