HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

In 2012 is voor de vijfde keer een grootschalig gezondheidsonderzoek uitgevoerd (EMMUS V). Als onderdeel van dit onderzoek zijn ook allerlei sociaal-demografische gegevens in kaart gebracht, zoals religieuze achtergrond. Opmerkelijk in de uitslag van dit onderzoek is dat voor het eerst in de geschiedenis van Haïti het erop lijkt dat het aantal protestanten hoger is dan het aantal rooms-katholieken. Het onderzoek (p.32) geeft de volgende percentages:

      Vrouw     Man
  Zonder geloof     6,2     12,0
  Rooms-katholiek     39,1     41,6
  Protestant*     53,1     44,9
  Voudou     1,0     1,3
  Anders     0,3     0,3


* Hieronder vallen ook Zevendag Adventisten, Mormomen, Jehova Getuigen

Een oude uitspraak over godsdienst op Haïti luidt: "80% van de bevolking is katholiek, 20% protestant en iedereen is voudou." Hoewel feitelijk onjuist, bevat deze uitspraak een belangrijke kern van waarheid, namelijk dat de voudou als religie een rol van belang speelt in de Haïtiaanse samenleving. Hoewel slechts 1% van de bevolking er voor uit komt 'voudouisant' te zijn, combineert een aanzienlijk deel van de bevolking het rooms-katholieke, en in veel mindere mate het protestantse, geloof met de voudou. De scheidslijn tussen voudou en het protestantisme wordt nadrukkelijker getrokken dan tussen het rooms-katholiscisme en de voudou.

Godsdienstvrijheid op Haïti
In de Grondwet (1987) is de vrijheid van godsdienst op Haïti vastgelegd. Uit rapportages van mensenrechtenorganisaties blijkt dat er geen sprake is van maatschappelijke agressie tegen of overheidsdiscriminatie van mensen op grond van hun geloofsovertuiging. In het verleden is dit wel anders geweest. In de loop van de geschiedenis zijn er diverse gewelddadige anti-voudoucampagnes geweest. Pas in 2001 heeft de overheid de voudou erkend als officiële godsdienst op Haïti.

Rooms-katholieke kerk op Haïti
Het rooms-katholicisme was tot aan de Grondwet van 1987 de officiële godsdienst van Haïti. De basis van de nauwe relatie tussen kerk en staat is gelegd met het Concordaat van 1860. In veel opzichten is de Rooms-katholieke kerk nog steeds de beeldbepalende geloofsgemeenschap op Haïti. De afgelopen decennia hebben de kerkelijke basisgemeenschappen - de ti kominote legliz - een belangrijke rol gespeeld in het politieke en maatschappelijke leven.

Op de tweede reis van Columbus naar het net ontdekte eiland Hispaniola kwam de Benedictijn Pater Boil met twaalf kloosterlingen uit verschillende katholieke orden mee. In 1502 stichtten de Franciscanen de eerste religieuze nederzetting op het eiland. In 1681 waren er op de toen door Fransen bewoonde noordelijke kust van Haïti en op het eiland La Tortue dertien kerken, bediend door acht priesters, voor een bevolking van 6.600 personen. Vanaf 1684 vestigden zich katholieke ordes (Dominicanen, Capucijnen, Jezuïeten) over de hele Franse slavenkolonie Saint Domingue. Een doorlopend tekort aan priesters en een hoog sterftecijfer onder de geestelijken zijn kenmerkend voor die periode. In zijn boek De Missie van Haïti (1932) schrijft pater Op-Hey dat in een jaar tijd (1768-1769) zeven Capucijner geestelijken bezweken vanwege de barre omstandigheden. De opofferingsbereidheid van veel geestelijken en hun inzet voor het lot van de slaven zijn opmerkelijk.

Vanaf de onafhankelijkheid in 1804 tot aan 1860 was er weinig contact tussen de staat en de kerk. De kerk werd hooguit getolereerd. Hierin kwam in 1860 verandering met het afsluiten van het Concordaat met Rome door president Geffrard. Het was een van zijn eerste daden als president. Het Concordaat bepaalde dat de staat de katholieke kerk bijzondere bescherming biedt; het maakte de benoeming van een door de overheid betaalde aartsbisschop en bisschoppen mogelijk en het regelde de oprichting van priesteropleidingen. Het Concordaat betekende ook de officiële erkenning van Haïti als zelfstandige republiek door het Vaticaan.
Ook tijdens de Amerikaanse bezetting bleef het Concordaat van kracht. Tijdens het bewind van de Duvaliers (1959 – 1986) waren er veel spanningen tussen de kerk en de overheid. François Duvalier - alias Papa Doc – zette buitenlandse geestelijken het land uit en verving hen door Haïtianen. Tijdens het bewind van zijn zoon Jean-Claude Duvalier (Baby Doc) verbeterde de relatie tussen Rome en Haïti. Paus Johannes Paulus II bracht zelfs in 1983 een bezoek aan Haïti. Het komt zelfs tot een herbevestiging van het Concordaat van 1860.

Al tijdens het bewind van Jean Claude Duvalier en in de jaren daarna is er een groter wordende kloof ontstaan tussen de kerkelijk hiërarchie en de basisgroepen binnen vooral stedelijke parochies – de ti legliz (TKL: Ti Kominoto Legliz), van waaruit ook priester Jean Bertrand Aristide een politieke rol van belang is gaan spelen.

Het protestantisme op Haïti
Er is vanaf het begin van de Franse bemoeienis met Haïti sprake van aanwezigheid van protestanten. Een van de eerste bestuurders van het eiland La Tortue, het boukanierseiland aan de noordkust van Haïti van waaruit de kolonialisering van Haïti heeft plaatsgevonden, was de hugenoot (= Franse protestant) Le Vasseur. In de periode van de eerste kolonialisering waren er ook protestanten onder de vrije kolonisten; ook is er sprake van aanwezigheid van omwille van hun geloof gevangen genomen Franse protestanten die naar Saint Domingue werden vervoerd.

Opmerkelijk is het verhaal van de protestantse arts Alexandre Exmellin. Omdat hij in Frankrijk als protestant zijn beroep als medicus niet mocht uitoefenen, vertrok hij als arbeider naar West-Indië. Hij werd tewerkgesteld op La Tortue. Later werd hij scheepsarts aan boord van piratenschepen. Over zijn avonturen heeft hij een wereldberoemd geworden dagboek bijgehouden. Hierin geeft hij ook een indruk van de eerste fase van de kolonialisering van de noordkust van Haïti.

Over de periode van de slavenplantages en de revolutie is er weinig bekend van de aanwezigheid van protestanten. Na de onafhankelijkheid duurde het 12 jaar voordat de eerste protestantse zendelingen naar Haïti kwamen. Dit gebeurde in 1816. De protestantse zendelingen profiteerden van de goede reputatie van protestantse voorvechters van de afschaffing van de slavernij, zoals Wilberforce en Clarkson. Op 16 juli 1816 kwamen de zendelingen Etienne de Grellet en John Hancock, beiden lid van de Vereniging van Vrienden van Negers, aan in het zuidelijke Cayes. Op verzoek van president Pétion, die heerste over de zuidelijke republiek (Haïti was opgesplitst in een noordelijk koninkrijk en in een zuidelijke republiek) mocht de Grellet op 11 augustus een bijeenkomst houden in de kathedraal van Port-au-Prince. Op 4 oktober verlieten de beide zendelingen het eiland weer. De Grellet schrijft: " Ik heb niets dan lof voor de bevolking; ze gedragen zich goed en de mensen zijn eerlijk. We hebben in alle veiligheid onder hen kunnen reizen." Gelijktijdig met de komst van de beide zendelingen in het zuiden, werkte Henry Christophe, gekroond als koning Hendrik de Eerste, in het noorden met behulp van de anglicaanse onderwijskundige T.B. Culliver aan de opbouw van het onderwijs. Christophe correspondeerde ook met mensen als Clarkson en Wilberforce.

In 1817 vestigden de Britse Methodisten zendelingen John Brown en James Catts de eerste protestantse kerk op Haïti: de Eglise Méthodiste d' Haïti. In de jaren daarna verspreidde het protestantisme zich geleidelijk over de rest van het land. De grote toestroom van protestantse zendingsorganisaties (vooral uit Amerika) vindt plaats tijdens en na de Amerikaanse bezetting van Haïti (1915 – 1934). Overigens waren er al in 1823 Amerikaanse baptisten actief op Haïti.

Vandaag de dag spelen de protestantse kerken een niet meer te verwaarlozen rol van belang in de Haïtiaanse samenleving. Er wordt veel sociaal werk verricht door de kerken, onder andere op het terrein van het onderwijs. Het protestantisme is wel enorm versnipperd. Er zijn honderden kerkgenootschappen en groepen.

 

Voudou
Voudou is sèvis lwa, het dienen van de lwa. Lwa zijn geestelijke wezens die zich namens de schepper van de wereld, Bondye ( de Goede God) of Granmet (Grote Meester), bezig houden met het dagelijkse leven van de mensen op aarde. De naam voudou is afgeleid van het Fon-woord dat de bevolking van Dahomey, het gebied waar aanvankelijk het merendeel van de slaven op Haïti vandaan kwamen (tegenwoordig Bénin), gebruikte voor geestelijke wezens: vodou. In de Haïtiaanse voudou is voor deze geestelijke wezens het woord lwa ( of mystè, zanj of sen) gekomen.

Lees meer over het ontstaan van de voudou op Haïti.

De voudou ontwikkelt zich na de onafhankelijkheid van Haïti in 1804 als godsdienst van de plattelandsbevolking. De voudou was op de plantages ontstaan uit het contact tussen de stamgodsdiensten van de Afrikaanse slaven en het christelijke geloof van de Franse plantage-eigenaren. Na de onafhankelijkheid verspreidden de meeste voormalige slaven zich over het land, dat als gevolg van de jarenlange vrijheidsstrijd compleet verwoest was. In de bergen en op de vlakten van het geïsoleerde platteland bouwden ze hun bestaan als vrije mensen op, op een wijze die veel weg had van hoe hun voorouders leefden in Afrika. Centraal stond de lakou, de grond waarop een familie onder leiding van een familieoudste samenwoonde in een groepje huizen (kay) rondom een aan de voudougeesten gewijd heiligdom. Het werk op het land was gericht op het verbouwen van voedsel voor eigen gebruik en werd gezamenlijk verricht.
In deze geïsoleerde plattelandssamenleving in een onstabiel land, waar mensen afhankelijk waren van regen en zonneschijn voor een goede oogst, waar nauwelijks onderwijs en gezondheidszorg doordrong, waar geen goed functionerend rechtssysteem was, probeerden mensen invloed uit te oefenen op hun levenslot, grip te krijgen op ziekte en gezondheid, voorspoed af te dwingen, zich te beschermen tegen tegenspoed, recht te zoeken als ze meenden onrecht te zijn aangedaan. De voudougeesten (loa's) konden hun hierbij van dienst zijn. De loa's zijn verantwoordelijk voor vruchtbaarheid en gezondheid, voor welvaart en welzijn. Ze staan ten dienste van de mens, maar de voudougelovigen moeten hen wel op de goede manier dienen en hun verplichtingen aan de loa's nakomen.

Tussenpersoon tussen de mensen en geesten zijn de houngan (voudoupriester) en de mambo (voudoupriesteres). Deze treden op als medicijnman , raadsman, waarzegger en bemiddelaar. In geval van ziekte of ongeluk, bij het nemen van belangrijke beslissingen enzovoort kan een gelovige de voudoupriester raadplegen die, na contact met de geestenwereld, een antwoord of oplossing kan aandragen. De voudoupriesters werken vanuit hun houmfò, een voudoutempel, en worden ondersteund door hounsi, ingewijde voudougelovigen. Tijdens voudouceremonies kunnen specifiek opgeroepen loa's bezit nemen van een gelovige: tijdens deze bezetenheid - 'de geest berijdt de gelovige '– maakt de loa kenbaar wat hij te zeggen heeft.

De wereld van loa's is een bonte en diffuse. Er zijn vele honderden loa's, die onder andere te herleiden zijn tot Afrikaanse goden en geesten, belangrijke historische figuren of overleden gezaghebbende voudoupriesters. Ze behoren tot een van drie grote voudoupantheons: Rada, Petro of Kongo. De belangrijkste groep is die van de Rada geesten. De belangrijkse loa's en de grote ceremonies vallen binnen de Rada groep. De Petro loa's zijn agressiever van aard. Waarzeggerij, magie (gericht op genezing of bescherming (amuletten), of op het aanbrengen van schade)en spiritisme spelen een grote rol binnen de voudou.

Voudou Archive: een kennismaking met voudou in de omgeving van Gonaïves
The Voudou Archive van de Digital Library of the Caribbean
Literatuurlijst over voudou

Bekijk Powerpoint presentatie van lezing over voudou