Cheche Lavi

Cheche Lavi

Op 12 januari herdacht de Haïtiaanse gemeenschap in Nederland de aardbeving van 10 jaar geleden. Met als titel 'chèche lavi', op zoek naar leven, heb ik deze toespraak gehouden. 

Onè,

Ik kwam de uitdrukking voor het eerst begin jaren negentig tegen. Het was de ondertitel van een door UNICEF uitgegeven boek over de Haïtiaanse vrouw Germaine Ofè. Opgenomen op cassette vertelde Germaine, 55 jaar oud en woonachtig in een huisje van vier bij vier in de arme wijk La Saline - waar overigens in het najaar van 2018 een verschrikkelijk bloedbad heeft plaatsgevonden, het verhaal van haar leven. Ze beschrijft de wijk als volgt: “La Saline is een slechte buurt, maar het is een plek waar de mensen van houden. Het zijn de armen die er wonen. Je hoort ze er herrie maken, met elkaar vechten en elkaar verscheuren. Toch leven ze er samen als een familie.”

In het ontroerende verhaal komen bepaalde thema’s als een refrein terug: ‘malere’ (arme) , ‘grangou’ (honger), ‘misè’ (narigheid), ‘lavi che’ (dure leven) en ‘degaje’ (jezelf zien te redden). Het verhaal van het Germaine’s leven is eigenlijk dat van vele Haïtiaanse mannen en vrouwen…tot op de dag van vandaag. De ondertitel van het boek vat die levens samen met de Creoolse uitdrukking: ‘Chèche lavi’ (Op zoek naar leven).

‘Chèche lavi’ is een van die peiloos diepe Haïtiaanse uitdrukkingen waar een wereld van betekenissen achter schuilt gaat. Een wereld van kwetsbaarheid. Het is koorddansen om te overleven. Zonder veiligheidsnet. Het is zoeken naar ‘limyè’ (licht) in een situatie van permanente ‘blakawout’ (stroomuitval, in het donker). ‘Blakawout’ betekent voor een Haïtiaan niet zomaar leven zonder EDH (Electricité d'Haīti), maar leven met de constante mogelijkheid om al zoekend de dood tegen het lijf te lopen. Zo maar. Op enig moment. Zo maar. Op 12 januari 2010. Kwetsbaarheid is het hoofdingrediënt in het ontstaan van een ramp.

Er is meer. Achter ‘chèche lavi’ gaat ook een wereld van volhardende kracht en collectieve vindingrijkheid schuil. In een dicht-op-de-huid geschreven verslag vertelt de Canadese antropoloog Greg Beckett hierover in zijn boek There is no More Haiti – Between Life and Death in Port-au-Prince (2019). Hij beschrijft hierin hoe een groepje mannen bezig is met ‘chèche lavi’ in een wereld waarin ‘kris’ (crisis), ‘ensekirite’ (onveiligheid) en ‘impinite’ (straffeloosheid) in al hun vormen (politiek, economisch, ecologisch, sociaal, crimineel) behoren tot het dagelijkse leven.

Beckett schildert in het leven van deze mannen Haïti’s sterke traditie van wederzijdse ondersteuning. ‘Yon ede lot’(elkaar helpen). Hij schrijft: “Overleven was een gezamenlijke inspanning… Ze delen hun geld en voedsel; ze delen hun verhalen. Na de aardbeving strekte de praktijk van ‘yon ede lot’ zich niet alleen uit tot familie en vrienden, maar ook tot onbekenden.”(214) Hier weerklinken Germaine’s woorden over haar wijk La Saline: “Toch leven ze er samen als een familie.”

In het zoeken naar leven van de mannen draait uiteindelijk alles om ‘Respè’. Om de erkenning van hun menszijn. Om waardering voor wie ze zijn en wat ze doen. ‘Tout moun se moun’, schreef voormalig president Jean-Bertrand Aristide. Ieder mens is een mens. Ik spreek hier mijn diepe ‘Respè’ uit voor alle Haïtianen die het leven zoeken. En voor hen die het leven gelaten hebben op ‘douz janvye’ (12 januari).