Wanneer werd Haiti een republiek?

Wanneer werd Haiti een republiek?

In 1804 riep de Armée Indigène Haïti’s onafhankelijkheid uit. Werd het land toen ook direct een republiek?

Haitis Paper WarIn haar boek Haiti’s Paper War valt Chelsea Stieber met de deur in huis. “De republiek Haïti werd niet in 1804 gesticht”, schrijft ze. Haar woorden verwarren me. In gedachten hoor ik mezelf tijdens presentaties zeggen: “In 1804 werd Haïti de eerste onafhankelijke zwarte republiek ter wereld.” En dat blijkt dus een misvatting te zijn.

Oorlog op papier

“Vanaf vandaag is er op Haïti maar een regering en een Grondwet.” Met deze woorden verklaarde Jean-Pierre Boyer op 21 oktober 1820 het tot dan toe verdeelde Haïti tot verenigde republiek. Wat had er plaatsgevonden in het eerste anderhalve decennium van Haïti’s onafhankelijkheid? Chelsea Stieber bestudeert deze periode (en ook de verdere geschiedenis tot aan 1954) vanuit literaire bronnen. Daarbij maakt ze duidelijk dat literatuur door de heersende elites werd ingezet als wapen ten dienste van een bepaalde politieke overtuiging. De strijd om de macht werd niet alleen met wapens gevoerd, maar ook met de pen. Niet alleen op het slagveld, maar ook op papier. Vandaar de titel van haar boek: Haiti’s Paper War.

Tweedeling

We schrijven 1802. Een groot Frans invasieleger is op Saint-Domingue aan land gegaan om de opstandige kolonie met list, bedrog en zwaar geweld weer in het gareel te brengen. In mei 1803 verenigen de leiders van alle opstandige partijen zich onder de banier van de Armee Indigène, aangevoerd door generaal Jean-Jacques Dessalines. Op 18 november behalen ze de eindoverwinning tijdens de slag bij de plaats Vertières om vervolgens op 1 januari 1804 de onafhankelijkheid van Haïti uit te roepen. Met het wegvallen van de gemeenschappelijke vijand verdwijnt ook de eenheid tussen de militaire leiders van de opstand als sneeuw voor de zon. Stieber schrijft: “…zodra de oorlog voorbij was, voltrok er zich binnen de nieuwe onafhankelijke staat een tweedeling volgens dezelfde lijnen van onenigheid, tegenstellingen en verdachtmakingen die aanwezig waren tijdens de revolutionaire periode.”(23) Jean-Jacques Dessalines wordt weliswaar eendrachtig benoemd tot Algemeen Gouverneur, maar onderhuids lopen de spanningen op. Uiteindelijk leiden deze in 1806 tot de moord op Dessalines en tot een burgeroorlog die het land tussen 1807 en 1820 verdeeld houdt in een noordelijk koninkrijk en een zuidelijke republiek.

Broedertwist

“De vroege post-onafhankelijkheidsperiode wordt niet gekenmerkt door nationale of politieke eenheid, maar veeleer door spanningen tussen degenen die een republiek voor ogen hadden en degenen die een autoritaire militaire staat wilden”, schrijft Stieber (22). De politieke, ideologische en ook regionale scheidslijnen die Haïti’s geschiedenis hebben gevormd waren zo al vanaf het prilste begin van Haïti als zelfstandige natie aanwezig. De bekende Haïtiaanse socioloog Jean Casimir benadrukt deze historische tweedeling ook in zijn boek The Haitians. A Decolonial History met de woorden: “De twee groepen begonnen hun onafhankelijke leven met hun rug naar elkaar toegekeerd." (14) Deze broedertwist, zo laat Stieber zien, werd niet alleen met het zwaard, maar ook met de pen uitgevochten.

Radicaal antikoloniaal

De militaire leider van de opstand, Jean-Jacques Dessalines, beoogde een definitieve breuk met alles wat Frans was. Hij wilde een zwart keizerrijk vestigen dat radicaal antikoloniaal was. Het in maart 1804 uitmoorden van honderden nog op Haïti verblijvende Fransen was hier een symbolische (wan)daad van. Om deze vrijheid van Franse overheersing te handhaven was een krachtig en autoritair leiderschap nodig en waren individuele burgerrechten ondergeschikt aan het belang van de soevereine staat. Stieber: “Dessalines’ keizerrijk van vrijheid was een militaire regering waar slechts een man de touwtjes stevig in handen had en waarin orde, discipline en plichten de basis vormden om blijvend onafhankelijk te blijven van de Franse koloniale overheersing.” (24) Hij verwierp het republikeins gedachtegoed, omdat dit voortgekomen was uit dezelfde (westerse) bron als het koloniale denken en de slavernij. Dessalines weigerde Haïti op een westerse leest te schoeien. Op 8 oktober 1804 liet hij zich kronen tot keizer Jacques I en in juni 1805 presenteerde hij de keizerlijke grondwet. Dessalines omringde zich ondertussen met denkers en schrijvers die zijn visie op de nieuwe staat op papier konden propageren. Intellectuelen en dichters als Boisrond Tonnerre, de opsteller van de Onafhankelijkheidsverklaring, en Juste Chanlatte stelden hun pen in dienst van de strijd tegen zowel buitenlandse als binnenlandse vijanden van het keizerrijk. Want oppositie in eigen gelederen was er zeker.

Liberale republiek

De oppositie werd gevormd door vooral uit het zuidelijke deel van Haïti afkomstige leiders van de opstand. Dessalines’ invloedsfeer lag meer in het noorden en midden van het land. Veel van de belangrijke generaals uit deze groep waren als mulat al vrije mensen geweest tijdens de koloniale periode en waren sterk beïnvloed door de Franse cultuur. Zij wilden van het onafhankelijke Haïti een liberale republiek maken op basis van de idealen van de filosofie van de Franse Verlichting. Vrijheid betekende voor hen ruimte voor individuele rechten, politieke gelijkheid en een afkeer van willekeurig leiderschap. Haïti moest worden ingericht volgens westerse principes om zo ook internationaal aanzien te verwerven. Ze zagen in Dessalines een tiran in wording en volgden zijn doen en laten met argusogen. In 1806 kwamen zij in opstand tegen de “tirannie” van Dessalines en vermoordden hem op 16 oktober van datzelfde jaar. Hun aanslag werd overigens mede ingegeven vanuit eigenbelang. Dessalines had kort ervoor gedreigd streng op te treden tegen in zijn ogen onwettige aan deze militaire leiders gedane grondtoekenningen.

Burgeroorlog (1807-1820)

De republikeinen slaagden erin Dessalines uit te schakelen, maar het lukte hen niet om vervolgens het gezag over het hele eiland te krijgen. Een aanzienlijke groep van generaals die aan Dessalines trouw bleven weigerden zich neer te leggen bij de ‘republikeinse revolutie’ en zwoeren de “keizer te zullen wreken of te zullen sterven”. Ze trokken zich terug naar het noordelijke deel van Haïti waar generaal Henri Christophe zijn machtsbasis had. Christophe had zich aanvankelijk neutraal opgesteld in het conflict tussen Dessalines en de republikeinse generaals. Hij kreeg zelfs na Dessalines’ dood de positie van tijdelijk staatshoofd, maar toen het hem duidelijk werd dat de zuidelijke republikeinen hun eigen spel speelden, trok hij ten strijde tegen het zuiden. Na een mislukt beleg van de hoofdstad Port-au-Prince trok hij zich weer terug in het noorden en riep daar de ‘Staat Haïti’ uit. Kort daarna riep generaal Pétion in het zuiden de ‘Republiek Haïti’ uit. Tot aan 1820 zou Haïti een gescheiden natie blijven en in staat van burgeroorlog verkeren. Overigens moest Pétion op zijn grondgebied een autonome boerenrepubliek onder leiding van Goman, een regionale leider ten tijde van de slavenopstand, dulden, alsmede, kortdurend, een onder leiding van generaal Rigaud afgescheiden ‘Republiek van het Zuiden’. Na de slag om Môle Saint-Nicolas in 1810, waarbij Christophe de zuidelijke generaal Lamarre de nederlaag toebracht, vonden er geen grote openlijke gevechtshandelingen meer plaats. Het werd een burgeroorlog die vooral met woorden en minder met wapens werd uitgevochten.

De punt van de pen

In het noorden was Christophe zich zeer bewust van de macht van het geschreven woord. Hij voerde enerzijds een oorlog op papier tegen het republikeinse zuiden en gebruikte anderzijds het geschreven woord als propagandamiddel om erkenning van de internationale gemeenschap te verwerven. “De punt van de pen en de punt van de bajonet waren dezelfde”, stelt Stieber vast (111). Opnieuw speelde Juste Chanlatte een belangrijke rol als dichter en pamflettist in dienst van Christophe en het noordelijke koninkrijk. Later trad Jean Louis Vastey op de voorgrond als de voornaamste woordsmid van het regime. Van zijn hand is de bekend geworden, bijtende aanklacht tegen het koloniale systeem Le Système Colonial Devoilé (De ontmaskering van het koloniale systeem). Ondertussen boden schrijvers uit het zuiden weerwoord aan hun noordelijke tegenstanders. Ze deden hun best om hun republiek te presenteren als een toonvoorbeeld van het liberale verlichtingsdenken. In hun geschriften kwam naar voren dat vooruitgang, beschaving, rede en vrijheid en gelijkheid de pilaren van het presidentschap van Pétion waren. Hiermee trachtten ze de reputatie van Haïti hoog te houden en het land zich een plek te laten verwerven in de kring van beschaafde naties.

Breuklijnen

Na de dood van Christophe overmeesterden zuidelijke troepen het noordelijke koninkrijk en werd Jean-Pierre Boyer in oktober 1820 de eerste president van de verenigde republiek Haïti. Op dit punt aanbeland gaat Chelsea Stieber verder met haar verhaal tot aan de opkomst van François Duvalier begin jaren vijftig van de twintigste eeuw. Ze toont aan hoe de ideologische tweestrijd, zoals die al zichtbaar werd in de jaren 1804/1806, is blijven voortbestaan. Ze spreekt daarbij over "foundational regional tensions" (19) en "original foundational fractures" (226) die Haïti’s geschiedenis van meet af aan hebben bepaald en het land kwetsbaar hebben gemaakt. In mijn eigen boek Grond zonder rust (2019) spreek ik in dit verband over een politieke breuklijn. Van belang is hierbij om goed te beseffen dat het hier ging (en nog steeds gaat) om botsende ideologieën en belangen van de politieke en maatschappelijke bovenlaag. Casimir omschrijft deze elites in zijn bovengenoemde studie The Haitians. A Decolonial History als parasitaire oligarchen. Het betrof een kleine groep mensen die behoorden tot een bevoorrechte klasse of stand die de macht in handen hadden en die zich weinig gelegen lieten liggen aan het welzijn van de grote groep voormalige slaven die zich als landbouwers vestigden in het bergachtige binnenland van Haïti. Deze oligarchen droomden van een “onafhankelijk Haïti zonder een onafhankelijke bevolking” (102).