HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

Transport naar Port-au-PrinceIn de jaren voor de aardbeving in 2010 was er sprake van economische groei. De aardbeving zorgde voor een economische terugslag. Inmiddels is het land zich hiervan aan het herstellen. Haiti is 'open for business' laat de regering weten. Via o.a. vrijhandelszones probeert zij buitenlandse bedrijven aan te trekken en werkgelegenheid te scheppen. Ook is er veel aandacht voor toerisme.


Armoede

Haïti behoort tot de groep van lage inkomenslanden. Dat wil zeggen, landen van wie het bruto nationaal inkomen (bni) per hoofd van de bevolking lager is dan $ 1.035,-. In 2012 lag het bni per hoofd van de bevolking op Haïti op $ 760,-. Als rekening gehouden wordt met de koopkracht, dan ligt het inkomen op ongeveer $ 1100,-
Hiermee is Haïti het armste land van het westelijke halfrond. 78% van de HaÏtianen moeten zien rond te komen met minder dan $ 2,- per dag. 54% van de bevolking zelfs met minder dan $ 1 per dag. Op het platteland liggen deze percentages zelfs nog wat hoger (84% en 69%).
Deze link geeft de ontwikkeling weer van de koopkracht over de afgelopen 20 jaar. In 2011 lag de koopkracht het hoogst; in 1994 – aan het einde van de staatsgreepperiode en het handelsembargo – het laagst. Over deze 20 jaar is een groei van 14% zichtbaar.

Grote ongelijkheid
Het lage bni per hoofd van de bevolking betekent niet dat iedereen op Haïti arm is. Er zijn namelijk grote inkomensverschillen. Tegenover een grote groep straatarme plattelands- en sloppenwijkbewoners staat een kleine (zeer) rijke elite. Op Haïti heeft de rijkste 10% van de bevolking de beschikking over de helft (47,7%) van het bni. De armste 10% van de bevolking neemt nog geen 1% (0,7%) voor haar rekening. De inkomensongelijkheid op Haïti is daarmee een van de hoogste ter wereld. Inkomensongelijkheid wordt gemeten met de Gini coëfficiënt. Op een schaal van 0 (perfecte verdeling) tot 100 (slechtst denkbare verdeling) scoort Haïti 59.5.


Lavi chè - kosten van levensonderhoud

Lavi chè – het dure leven. Met deze woorden drukken Haïtianen uit dat de kosten voor levensonderhoud alsmaar stijgen om er aan toe te voegen dat: "alleen de vlag omhoog gaat en weer naar beneden komt." De stijging van de kosten voor levensonderhoud is een voordurende bron van onrust. Talloze demonstraties vinden plaats om onvrede hierover te uiten. Het is een van de grootste uitdagingen voor de regering om het leven voor de gewone Haïtiaan goedkoper te maken. In 2008 braken grote voedselrellen uit vanwege een explosieve stijging van de voedsel- en brandstofprijzen. "Nou soufri grangou klorox", klonk het in de straten: "We lijden aan honger die zo zeer doet dat het lijkt alsof we chloor gedronken hebben."
De prijsindex voor consumptiegoederen (uitgangspunt op 100 in augustus 2004) is midden 2013 gestegen tot 208,8.

Op jaarbasis zijn de volgende prijsstijgingen zichtbaar (2012 – 2013):

Voeding, drinken en tabak    7,4%
Kleding en schoenen    5,4%
Huur, elektriciteit en water    5,5%
Onderhoud woning    4,0%
Gezondheid    4,0%
Vervoer    3,3%
Onderwijs en vrijetijdsbesteding    9,0%
Overige goederen en diensten    4,1%


Op de website van het Haïtiaanse Instituut voor de Statistiek is de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud goed te volgen


Munteenheid

Sinds 1813 is de gourde is de nationale munteenheid van Haïti. In 1912 werd de gourde vastgekoppeld aan de Amerikaanse dollar met een waarde van vijf gourdes tegen één dollar. In 1989 werd deze koppeling losgelaten. In het dagelijks taalgebruik betekent één Haïtiaanse dollar nog steeds vijf gourdes. Tegenwoordig worden de meeste prijzen aangegeven in gourdes.
De wisselkoers (medio 2013) van de gourde ten opzichte van de dollar is 42: 1. Op de website van de Banque de la République d' Haïti staan afbeeldingen van de bankbiljetten.


Zakendoen in Haïti

Haïti is geen aantrekkelijke plek om te starten met een eigen bedrijf of een aanlokkelijk land om zaken mee te doen. Dat blijkt uit het Doing Business ranking. Haïti neemt de 174e positie in op een lijst van 183 landen.
Er is de overheid veel aangelegen om vooral de ondernemingen binnen de formele sector te krijgen. In september 2012 is de regering begonnen met de nationale Business Census, een inventarisatie van alle informele en formele ondernemingen.

The Heritage Foundation en de Wall Street Journal publiceren jaarlijks de zogenaamde Index of Economic Liberty. Op deze index staat Haïti op plaats 151 (van de 185). De mate van economische vrijheid wordt bepaald door tien indicatoren (zoals: het respecteren van eigendomsrechten, vrijwaring van corruptie, overheidsuitgaven, belastingklimaat, vrijheid om te ondernemen e.a.).

In september 2013 is de eerste Étude Diagnostique sur l'Intégration du Commerce (EDIC) / Diagnostic Trade Integration Study (DTIS) op Haïti gepubliceerd. Dit rapport van de Wereldbank maakt onderdeel uit van een programma om MOL-landen ( Minst Ontwikkelde Landen) te helpen met het ontwikkelen van hun economisch potentieel,en het terugbrengen van armoede door middel van het bevorderen van de (inter)nationale handel.

Informele en formele economie
Ongeveer 70% van de Haïtiaanse beroepsbevolking voorziet in haar levensonderhoud binnen de informele economie (ook wel verborgen economie genoemd). Het gaat om straathandelaren, marktkoopvrouwen, boeren, ambachtslieden, kledingverkopers (pèpè of Kennedy) etc, maar ook kleine en middelgrote ondernemingen horen hierbij. Het inkomen is doorgaans laag (gemiddeld $ 1,26 per dag) en er is veel inkomensonzekerheid. Een dag niet werken, betekent een dag geen inkomen. Ze betalen geen belasting over hun inkomen en nergens wordt bijgehouden hoeveel ze verdienen. Er is nauwelijks wet- en regelgeving van toepassing op hun werk.

Sommigen menen dat de formele sector voor slechts 10% van de werkgelegenheid zorgt. Wie in de formele sector werkt, heeft doorgaans meer inkomenszekerheid, maar verdient in de meeste gevallen niet erg veel. Het minimumsalaris in de assemblage industrie (kleding of elektrische apparaten in elkaar zetten) is in oktober 2012 verhoogd van 200 naar 300 gourdes per dag. Dit is ongeveer $ 7,5. Over de hoogte van de lonen in de assemblage industrie is altijd veel te doen. Om het investeringsklimaat voor buitenlandse ondernemingen gunstig te houden zijn lage lonen een belangrijk middel. Het blijkt dat werknemers nog steeds maar 200 gourdes uitbetaald krijgen in de kledingassemblage.

Economische sectoren
Voor wat betreft het bruto binnenlandse product geeft Haïti het volgende beeld (2012):

Primaire sector (landbouw)    25.7%
Secundaire sector (industrie)    19%
Tertiaire sector (diensten)    55,3%


De tertiaire sector is de laatste decennia sterk gegroeid. In 1980 maakte de primaire sector nog 40 % uit van de economie, de secundaire 20 % en de tertiaire 40 %. Over deze opmerkelijk groei heeft het Vlaams Haïti Overleg een interessant artikel gepubliceerd. Daarin wordt ook verwezen naar een studie over de 'Tertianisering van de Haitiaanse economie". Kijk ook op de site van de Banque de la Rèpublique d'Haïti.


Landbouw

De landbouwsector draagt voor ongeveer een kwart bij aan het bruto nationaal product en verschaft werk aan tweederde van de beroepsbevolking (vooral informele sector). Het merendeel van de boeren (peyizans) op Haïti doet aan kleinschalige landbouw gericht op eigen gebruik en beperkte verkoop. Voor de export worden mango's, koffie en cacao verbouwd. De productie van suikerriet is sterk afgenomen. Vanwege het bergachtige landschap is slechts een beperkt deel van de grond geschikt voor landbouwproductie. Haïti heeft 550.000 hectare bebouwbare grond, waarvan 125.000 hectare geschikt is voor irrigatie.

Om de export van landbouwproducten te stimuleren is in 2013 de eerste Zone Franche Agricole, een vrijhandelszone gericht op landbouwproductie, van Haïti geopend. De zone ligt in de omgeving van Trou du Nord in het noordoosten van Haïti en krijgt de naam Nourribio Er worden onder anderen biologische bananen verbouwd en andere biologische landbouwproducten. 70% van de verbouw is bestemd voor de export. Het project levert naar verwachting 3.000 banen op.


Visserij en aquacultuur

De laatste tijd is er meer aandacht voor het ontwikkelen van visserij en aquacultuur. Haïti beschikt over enkele meren die hiervoor geschikt zijn.


Mijnbouw

Op zeer beperkte schaal vindt er mijnbouw op Haïti plaats. In het verleden hebben buitenlandse bedrijven (o.a. Reynolds en Sedren) bauxiet (bij Miragoane) en koper (bij Gonaives) gehaald. De Haïtiaanse overheid verdiende hier maar weinig aan en exploitatie leverde beperkte werkgelegenheid op. Op de website van het Vlaams Haïti Overleg (2013) schrijft Guy Clymans: "De laatste jaren tonen Amerikaanse en Canadese bedrijven opnieuw interesse voor mijnbouw in Haïti. Dwars door het eiland, van het noordoosten tot het zuiden ligt een brede mineralengordel met goud, koper en zilver. Volgens berekeningen van geologen bevinden zich in de bergen in het Noorden van Haïti honderden miljoenen ons aan goud. Aan de huidige goudprijs van 1.000 USD per ons (= ± 30 gram), betekent dit dat er een voorraad goud van ongeveer 20 miljard USD opgeslagen ligt". Lees artikel: Goudkoorts in Haïti's mineralengordel. En: Haiti's goldrush: an ecological crime in the making.

Volgens het platform Ayiti Kale Ye werkt de regering aan een voor buitenlandse investeerders gunstige wetgeving om de grondstoffen (goud, koper en zilver) te delven. Een groot deel van het grondgebied in het Noorden zou al geëxploreerd worden. Boerengroepen, mensenrechtenorganisaties en milieuorganisaties maken zich zorgen over schadelijke effecten van de mijnbouw.

In september 2013 heeft het Centre for Science in Public Participation het onderzoek Mining in Haiti - Review op Haitian capacity and preparedness gepubliceerd. Het rapport benadrukt dat als er inderdaad waardevolle grondstoffen worden gevonden, deze toebehoren aan Haïti. Mijnbouw kan een belangrijke bijdrage leveren aan economische groei, tegelijk kan deze positieve ontwikkeling overschaduwd worden door negatieve gevolgen, zoals milieuschade, schade aan de gezondheid van mensen en onwrichting van gemeenschappen. Het rapport dringt aan op een goed overheidsbeleid in deze.


Industrie

Haïti produceert dranken, boter, meel, suiker, oliën, zeep, cement. Industriële productie zorgt voor ongeveer een vijfde van het bruto nationaal product en verschaft werk aan minder dan 10% van de beroepsbevolking. Haïti's goedkope arbeidskrachten maken het land aantrekkelijk voor de assemblage-industrie (o.a. van kleding).
Via de Haitian Hemispheric Opportunity through Partnership Encouragement (HOPE I en II) wet en HELP (Haïti Economic Lift Program) hoeven er geen invoerrechten betaald te worden op kleding die vanuit Haïti naar Amerika wordt geëxporteerd. Dit - in combinatie met de lage lonen - maakt het voor ondernemers aantrekkelijk om kleding in Haïti te assembleren.


Assemblage

Sinds de aardbeving probeert de regering nieuwe banen te scheppen via de assemblage-industrie. In vrijhandelszones kunnen buitenlandse ondernemingen gebruikmaken van goedkope arbeidskrachten om uiteenlopende producten (elektrische apparaten, kleding) in elkaar zetten.
De bekendste vrijhandelszone is die in Caracol in het noordoosten van Haïti. Hier laat de Zuid-Koreaanse textielgigant SAE-A Trading goedkope kleding produceren voor de Noord-Amerikaanse markt. Het project heeft voor de nodige onrust gezorgd, omdat het complex gebouwd is op vruchtbare landbouwgrond, boeren onteigend zijn en de risico's voor het milieu niet voldoende onderzocht zijn. Lees ook blog van CEPR en van Amy Wilentz.

Er kunnen de nodige vragen gesteld bij het nut van deze vorm van het scheppen van werkgelegenheid. Uit eerdere soortgelijke initiatieven tijdens het bewind van Baby Doc in de jaren tachtig is gebleken dat het aantal gecreeerde banen betrekkelijk laag is. Voor buitenlandse bedrijven zijn landen als Haiti vooral interessant vanwege de lage lonen. Het risico bestaat dat zij vertrekken op het moment dat hun productie in een ander land goedkoper verricht kan worden. Ook zijn de arbeidsomstandigheden in dergelijke ondernemingen slecht, er wordt vaak een te laag loon betaald en het risico bestaat dat er nieuwe krottenwijken ontstaan rondom de locatie – zoals ook in Port-au-Prince gebeurd is. Ook ontmoedigt de vestiging van dit soort industrieën de productie van landbouwgoederen. Het opzetten van deze vorm van kledingindustrie sluit aan bij de aanbevelingen die econoom Paul Collier in 2009 in zijn rapport Haïti, from natural catastrophe to economic security heeft gedaan. Dit in navolging van ontwikkelingen in Bangladesh.

Uit een rapport van Better Work Haïti – een stichting die onder andere gefinancierd wordt door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken - blijkt dat de op Haïti onderzochte ondernemingen op talrijke punten nationale en internationale wetten en afspraken niet naleven. Geen enkel bedrijf betaalde het wettelijk vastgestelde miimunloon.

Volgens het rapport Stelen van de armen: loondiefstal in de Haïtiaanse kledingindustrie van de Worker Rights Consortium (oktober 2013) krijgen Haïtiaanse arbeiders in de kleding assemblage industrie 32% minder betaald dan het wettelijk vastgelegde miniumuloon.

In september 2013 heeft de grote Amerikaanse schoenenproducent Toms Shoes bekend gemaakt een productievestiging te starten in Port-au-Prince. Voor het ontwerp van de schoenen zijn Haïtiaanse kunstenaars ingeschakeld.

Kan de kledingindustrie zich op duurzame wijze ontwikkelen in Haiti? Lees dit artikel.


Diensten

Ongeveer de helft van het bnp komt voor rekening van de dienstensector. Hierin werkt ongeveer een kwart van de beroepsbevolking. Een groot deel van de werkgelegenheid binnen deze sector (zie informatie boven) bevindt zich binnen de informele sector.


Toerisme

Het bevorderen van toerisme staat hoog op de agenda van de regering Martelly/Lamothe. Minister Stephanie Villedrouin van het Ministerie van Toerisme zet zich hier hard voor in. Belangrijke cultuur historische locaties worden opgeknapt en beter toegankelijk gemaakt voor toeristen. Dit geldt ook voor bijzondere natuurplekken zoals Bassin Zim en de grotten van Marie Jeanne. Vooral in Port-au-Prince verrijzen luxe hotels. Om toeristen naar Haïti te lokken is een promotiecampagne opgezet waarin beelden van ongerepte standen een hoofdrol spelen. Vooral aan de zuidkust (Ile a Vache) worden nieuwe toeristische resorts ontwikkeld. Een speciaal politieonderdeel is opgericht om de veiligheid van toeristen te garanderen. Inmiddels lijken vooral HaÏtianen die in het buitenland wonen, de weg naar Haïti als (vakantie)bestemming te hebben gevonden.

Het Braziliaanse onderzoeksinstituut Igarape heeft in 2013 een onderzoek uitgevoerd naar toerisme op Haïti. Is toerisme de 'magic bullet' om zich te ontworstelen aan de afhankelijkheid van hulp? Uit het onderzoek kwamen o.a. de volgende conclusies naar voren:

•   Bezoek aan vrienden en familie of het doen van vrijwilligerswerk voor hulp- en ontwikkelingsprojecten zijn  de belangrijkste redenen waarom mensen naar Haïti komen.
•   Ondanks allerlei veiligheidswaarschuwingen voorafgaand aan het bezoek, worden toeristen nauwelijks slachtoffer van criminele activiteiten. Slechts 3,1 % van de toeristen krijgt hiermee te maken.
•   De beeldvorming over Haïti als veilige bestemming ligt bij vertrek dan ook hoger dan bij aankomst.
Toeristen beoordelen vooral de persoonlijke contacten met de bevolking als positief en betekenisvol.
•   Toeristen zijn voor het merendeel geen zakenmensen of mensen uit hogere maatschappelijke milieu, maar mensen uit de arbeidersklasse of de middenklasse. Het onderzoeksinstituut vraagt zich om deze reden af of de regering wel op het goede spoor zit door Haïti te promoten als een luxe bestemming voor ontspanning en recreatie.

Is Tourism Haïti´s magic bullet?


Bruto Nationaal Product

Het bruto nationaal product (bnp) is de waarde van alle goederen en diensten die in een bepaalde periode (meestal een jaar) door een bepaald land worden geproduceerd. In 2012 bedroeg het bnp voor Haïti $ 7.8 miljard. Voor 2013 wordt gerekend op 8,5 miljard. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht een groei van 6,5% in 2014.
In het jaar voor de aardbeving kende Haïti een economische groet van 3%. Voor 2010 verwachtte men een groet van 7 a 8,5 %. Vanwege de aardbeving pakte deze groei echter een stuk lager uit (vermindering van 5%)..
Een uitgebreid overzicht van macro-economische gegevens in de periode 1970 – 2011
Economische indicatoren van Inter American Development Bank.
Economische indicatoren


Handelsbalans

Haïti heeft een negatieve handelsbalans. Dit betekent dat zij meer importeert dan exporteert. In maart 2013 bedroeg het tekort: $ 132 miljoen (import: $208 miljoen – export $ 76 miljoen). Op de website www.tradingeconomics.com staat actuele informatie over de handelsbalans. De Dominicaanse Republiek en de Verenigde Staten zijn de belangrijkste importlanden. Meer dan 80% van de export gaat naar de VS (kleding, apparaten, olie, cacao, koffie en mango's).


Overheidsfinanciën

De Banque de la République d'Haïti geeft op haar website een overzicht van de overheidsbegrotingen van 1981 - 2012. De inkomsten voor 2012 zijn begroot op .$ 1,35 miljard en de uitgaven op 1,45 miljard
Het fiscale jaar loopt van 1 oktober t/m 30 september.
Ongeveer de helft van het overheidsbudget bestaat uit internationale economische steun.


Schuldenlast

Eind 2008 had Haïti een schuldenlast van 36% van het Bruto Binnenlandse Product (ongeveer $ 1,7 miljard). Het merendeel hiervan was Haïti verschuldigd aan externe schuldeisers. Onderstaande afbeelding laat de ontwikkeling van de schuldenlast zien in de jaren voor de aardbeving.

haiti-government-debt-to-gdp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In juli 2009 hebben de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds Haïti een schuldkwijtschelding toegekend van $ 1,2 miljard. Dit werd mogelijk omdat Haïti was toegetreden tot een groep landen met een zware schuldenlast, het Heavily Indebted Poor Countries Initiative (HIPC). Het lidmaatschap hiervan was een voorwaarde om in aanmerking te komen voor schuldenkwijtschelding. Om te kunnen toetreden moest Haïti aan een aantal eisen voldoen, zoals het opzetten van een nationale armoede bestrijdingsstrategie. Na de aardbeving is ook de rest van de externe schuld kwijtgescholden.

Inmiddels is de schuld opgelopen tot $ 647 miljoen in 2011 en $854 miljoen in 2012. De schuldenlast bedraagt zo'n 10% van het Bruto Binnenlandse Product.


Geld van migranten

Ongeveer eenderde van de Haïtianen heeft familieleden in het buitenland. Vooral familieleden die in Amerika en Canada wonen sturen veel geld naar Haïti. In 2012 ging het om $ 1,9 miljard. Dit bedrag is zo'n 25% van het bruto binnenlandse product ( alle inkomsten die een land heeft binnen de eigen grenzen). De bron van inkomsten zorgt er voor dat veel Haïtiaanse families het hoofd boven water kunnen houden.