HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

Landbouw

Iets meer dan de helft van de Haïtiaanse bevolking woont op het platteland. De landbouwsector draagt voor een kwart bij aan het bnp en verschaft werk aan tweederde van de beroepsbevolking. Met haar eigen landbouwproductie kan Haïti voorzien in 40 % van de voedselbehoefte. De landbouw wordt gezien als een mogelijke motor voor economische ontwikkeling. Toch is deze sector erg kwetsbaar.


Situatieschets
De verbouw van suikerriet, koffie en cacao maakten Haïti ooit tot de welvarendste kolonie van Frankrijk. Het eiland was een plantagesamenleving waarin op grootschalige manier producten werden verbouwd voor de export. Suikerriet werd verbouwd op de vlaktes en koffie en cacao op de koelere berghellingen. Door de massale inzet van slaven en toepassing van irrigatie en technologie produceerde floreerde de landbouwproductie. Overigens werden toen de gevolgen van ontginning van land ten behoeve van de landbouw al zichtbaar. De kolonie was aan het ontbossen. De Haïtiaanse slavenopstand maakte een eind aan deze periode. Veel plantages werden vernield, en belangrijker, de vrije Haïtianen wilden niet meer werken op plantages om voor de export te produceren. Ze vestigden zich op een eigen stukje grond – op de oude plantages of ver weg in de bergen – en onderhielden hun eigen tuinen en verbouwden wat ze nodig hadden en verkochten het overschot. Veel van deze boeren (peyizans) waren nog in Afrika geboren en ontwikkelden een plattelandssamenleving die veel weg had van hun geboortegrond. Stad en platteland werden twee werelden apart. Voor stedelingen ( en de daar gevestigde politieke en handelselite) waren de plattelanders de 'moun andèyo' – de mensen uit het buitengebied, het achterland.

Vanuit de overheid was er nauwelijks bemoeienis met de landbouwmethoden van de boeren. Er werd belasting geïnd op landbouwproducten die via tussenhandelaren uitgevoerd werden en op gebruiksgoederen die vanuit het buitenland werden ingevoerd. Ook zorgde het platteland voor de voedselvoorziening in de steden. Van investeringen in plattelandsontwikkeling – infrastructuur, landbouwtechnologie – was geen sprake. Het platteland was er om 'uitgemolken' te worden. Zo kregen buitenlandse ondernemingen concessies voor het kappen van flinke stukken bosgrond ten behoeve van de houtindustrie.

Toen de overheid zich wel met de boeren ging bemoeien waren de gevolgen desastreus. Midden jaren tachtig besloot de overheid – het was de tijd van Jean Claude Duvalier - in nauwe samenspraak met de Verenigde Staren een liberaal handels- en landbouwbeleid te gaan voeren. Om armoede op het platteland tegen te gaan zouden banen worden gecreëerd in de assemblage industrie in de steden en zou landbouwgrond worden gebruikt voor de verbouw van tropisch fruit voor de Amerikaanse consumenten. Ook werden de importtarieven op o.a. de invoer van rijst drastisch verlaagd (zo ook midden jaren negentig). Deze maatregelen zorgden voor een enorme trek naar de stad (en het ontstaan van sloppenwijken), voor het verloren gaan van vruchtbare landbouwgrond en voor de massale import van goedkope (in Amerika gesubsidieerde en geproduceerde) rijst, de diri Miami. Tegen deze rijst konden Haitiaanse boeren niet concurreren.

Het tekort aan overheidsbemoeienis en de verkeerde bemoeienis hebben ervoor gezorgd dat de landbouw een kwetsbare sector is geworden. Daarbij komt ook dat Haïti erg veel te lijden heeft van natuurgeweld in de vorm van droogte, overstromingen, tropische stormen en orkanen.

Toch is er hoop voor de landbouwsector. Meer dan eerder beseft de overheid – na de aardbeving – dat de landbouw belangrijk is voor de economische ontwikkeling van het land. Producten als mango's, koffie en cacao, vetiver en essentiële oliën zijn gewilde exportproducten. Om de export van landbouwproducten te stimuleren is in 2013 de eerste Zone Franche Agricole van Haïti geopend. Dit is een vrijhandelszone gericht op landbouwproductie. De zone ligt in de omgeving van Trou du Nord in het noordoosten van Haïti onder de naam Nourribio Er worden onder andere biologische bananen verbouwd en andere biologische landbouwproducten. 70% van de verbouw is bestemd voor de export. Het project levert naar verwachting 3.000 banen op.

Grondgebied
Vanwege het bergachtige landschap is slechts een beperkt deel van de grond geschikt voor landbouwproductie. Haïti heeft een oppervlakte van 27.500 km2. Meer dan de helft van het grondgebied bestaat uit berghellingen met een steilte van meer dan 40%. Vlaktes vormen 20% van het grondgebied. 7.700 km2 is goed bebouwbare grond (= 29%). Momenteel wordt 11.900 km2 gebruikt voor bebouwing (= 44%). Dat betekent dat een deel van de gebruikte grond van slechte kwaliteit is.

Haïti heeft een gematigd tropisch klimaat en kent sterke, maar onregelmatige regenval. De gemiddelde jaarlijkse neerslag bedraagt 1461 mm (het dubbele van de neerslag in Nederland). De regionale variatie is echter erg groot in Haïti.

Impressie huidige landbouwsector

Veeteelt
Veel boeren houden op kleine schaal vee: koeien, varkens, geiten en kippen. Deze vorm van veehouderij vormt 90% van de landelijke productie. De productie van vlees, eieren en melkproducten is te beperkt voor de behoefte van de eigen bevolking.

Graangewassen
Zo'n 60% van de rijst wordt verbouwd in de Artibonite vallei. Het aandeel van Artibonite rijst in de binnenlandse consumptie is 12%. 8% komt uit andere gebieden. De resterende 80% is importrijst.
Maïs en sorghum (in Haïti 'pitimi' genoemd) zijn twee andere belangrijke graangewassen. Op de vlakte bij Les Cayes wordt veel maïs verbouwd. Sorghum is het goedkoopste gewas om te verbouwen en vraagt weinig water. Sorghum wordt vooral lokaal verwerkt en verhandeld.

Knolgewassen
Knolgewassen worden over het hele land verspreid verbouwd: maniok, zoete aardappel, malanga en de jam. Ze worden vooral gebruikt voor de eigen consumptie. De export is beperkt.

Groenten
Groenten (merliton, aardappel, kool, uien, wortels, prei) worden vooral verbouwd op geïrrigeerde gronden en in de bergen (Kenscoff, Foret des Pins). De afzet is vooral gericht op de grote steden.

Fruit
Haïti kent een aanzienlijke verbouw van fruit: mango's, bananen, grapefruit, ananas, kokosnoten avocado's, en passievruchten. Vooral mango's worden geëxporteerd.

Koffie en cacao
De verbouw van koffie en cacao is in de meeste gebieden kleinschalig (0,5 hectare). Haïtiaanse boeren maken gebruik van oude Caribische rassen cacoabomen, de criollo en de trinitario. Deze rassen leveren hoogwaardige cacaobonen die gebruikt kunnen worden voor chocolade van hoge kwaliteit. De verbouw vindt vooral plaats in het departement Grand Anse in het zuiden (zo'n 75%) en in het departement Nord. Het lukt echter nog onvoldoende om de ongeveer 4000 tot 6000 ton cacaobonen op een goede manier op de markt te brengen. Dit onder andere vanwege de gebrekkige verwerking van de bonen. Veel Haïtiaanse cacao wordt nu gemengd gebruikt voor goedkope chocolade.
In het noorden van Haïti werken zes cacaocoöperaties (ongeveer 3000 kleine cacaoboeren) samen binnen  Feccano om duurzame biologische chocolade te produceren. Deze chocolade wordt via de Franse fair-trade coöperatie voor duurzaam verbouwde producten Etiquable op de markt gebracht.

Lees meer informatie over productie van rijst, koffie, fruit, etc.

 

Barbancourt-Reserve-SpecialeBarbancourt
Veel bezoekers keren terug naar huis met een fles Barbancourt rhum in hun bagage. "Halverwege de 19e eeuw kwam de Haïtiaans "Barbancourt" op de Haïtiaanse markt. Deze rum dankt zijn uitzonderlijke smaak aan de specifieke manier van stoken (met inbegrip van een dubbele gisting) en aan het feit dat gebruik gemaakt wordt van eiken vaten voor het verouderingsproces. Van belang is ook dat nog altijd wordt gebruik gemaakt van vers suikerrietsap ipv melasse. Voor de jaarproductie worden suikerrietstengels gebruikt die geoogst worden op een totale oppervlakte van 600 ha. Naast de drie kwaliteiten: 3 sterren (4 jaar oud), de Réserve Spéciale (8 jaar) en de Réserve du Domaine (15 jaar), is er sinds kort ook een witte Barbancourt-rum op de markt."(Vlaams Haïti overleg 2002). Bezoek de website van Barbancourt.

Landbouwkalender
Seizoens tijdslijn haiti

Irrigatie
Zo'n 75.000 hectare land wordt geïrrigeerd. De verbouw van rijst neemt hier 35.000 hectare van voor zijn rekening. Zo'n 8.000 hectare land wordt geïrrigeerd voor de verbouw van bananen.

Voedselimport
Sinds de jaren tachtig is de landbouwproductie en haar aandeel in de nationale economie terug gelopen. Niettemin heeft zij nog steeds een belangrijke aandeel in de economi (28%). Haïti slaagt er echter niet in om voldoende te verbouwen om haar eigen bevolking te voeden. 60% van de voedselbehoefte moet geïmporteerd worden, en niet minder dan 80% van de behoefte aan rijst. Tot 1950 produceerde Haïti genoeg om de eigen bevolking te voeden. In 1970 werd 10% van het voedsel ingevoerd. In 1981 liep dit percentage op tot 23% en in 1993 voerde men al 43% van de voedselbehoeften in. Het merendeel van de voedselimporten komt uit Amerika.

Lees meer over voedselveiligheid en rijstimport.

De peyizans
Meer dan de helft van de bevolking woont op het platteland. Het zijn de peyizans. Voor hen is landbouw de belangrijkste bestaansgrond. De meeste peyizans zijn boeren die een klein lapje eigen grond bewerken. De gemiddelde boer bezit maar een klein stukje grond: 1,8 hectare. Dit stukje grond is vaak lastig bereikbaar. Ook komt het veel voor dat boeren de grond van een ander bewerken en de opbrengst ervan delen volgens het demwatye systeem. Dit betekent dat de arbeider de grond op eigen kosten verbouwt en de helft van de opbrengst afstaat aan de landeigenaar en de helft zelf houdt.

De beperkte omvang van het grondbezit komt vooral voort uit het erfsysteem. De grond van de overledene wordt verdeeld over alle erfgenamen. Ieder lid van het gezin heeft recht op een eigen stuk grond. Dit heeft – versterkt door de toename van de bevolking – geleid tot een verbrokkeling van het grondbezit . Lees meer over grondbeheer.

Er is veel onzekerheid over de eigendomsrechten van de grond. 75% van de grond wordt op informele wijze beheerd. Veel boeren hebben geen landpapieren. De onzekerheid over het grondeigendom weerhoudt boeren ervan om veel te investeren in de grond en zorgt ook voor de nodige sociale onrust. Dit veroorzaakt een achteruitgang van de kwaliteit van de grond.

Ongeveer 85% van de hellingen is gedegradeerd. Deze degradatie wordt veroorzaakt door bodemuitputting door eenzijdige beplanting, erosie als gevolg van houtkap voor constructiedoeleinden en om houtskool te produceren. De fysieke omstandigheden (steile hellingen), extreme weersomstandigheden, gebrekkige technologie (gebrek aan werktuigen, kunstmest, goed zaaigoed) spelen ook een rol.

Kortom het leven van een peyizan is geen vetpot. 77% van de Haïtiaanse bevolking is arm; op het platteland gaat het om 88%. 67% van de peyizans kan extreem arm genoemd worden. Het inkomen per hoofd bedraagt op het platteland een derde van dat in de stad. Slechts een op de vijf plattelanders kan leven van de landbouw op eigen grond of van het houden van kleinvee. Er wordt op kleine schaal gehandeld in landbouwproducten, mensen verdienen geld door zoutwinning op de kustvlakten, kalkwinning of door het maken van houtskool of ze verrichten werkzaamheden voor derden. 15% van het inkomen komt van geld dat door familieleden uit het buitenland wordt overgemaakt. Ondanks een lange kustlijn van 1.700 km is visserij onderbenut.

Een belangrijke rol in de commercialisering van landbouwproducten wordt gespeeld door de madam Sara. Koopvrouwen die op de plattelandsmarkten landbouwgoederen kopen en deze elders (vooral in de steden) weer verkopen. Lees hierover meer in From Gardens to Markets: a madam Sara perspective. Bekijk ook een mooie reportage over een Madam Sara en bezoek de website madamsara.com.

Lees artikel van antropoloog Timothy Schwartz over Madam Sara.


Foto deboisementOntbossing

'Tout pye bwa koupe, lapli pa tombe' en 'lapli ap manje te-a'. Met deze uitspraken maken de peyizans duidelijk wat er aan de hand is. 'Alle bomen zijn gekapt en daarom regent het niet meer', en als het dan regent, dan 'eet de regen de grond op.' Gronderosie is een omvangrijk probleem op Haïti. Bij de ontdekking van Haïti door Columbus was zo'n 95% van het land bebost. In 1923 was dit teruggelopen naar 60% en in 1956 naar 20%. Vandaag de dag beslaan bossen een kleine 4% van Haïti (105.000 hectare in 2006 – in 2000: 109.000 hectare). Veel bomen worden door de peyizans gekapt voor de productie van houtskool. Dit is de belangrijkste brandstof voor de bereiding van voedsel. Maar het zijn niet alleen de peyizan die verantwoordelijk zijn voor de massale ontbossing.
Ook op schouders van talloze regeringen die Haïti gekend heeft, ligt een zware schuld. Veel buitenlandse ondernemingen hebben van de overheid toestemming gekregen hele gebieden volledig leeg te kappen.

Haiti: the Eroding Nation, een multimediale presentatie over erosie.

Haïti is vanuit het oogpunt van klimaatverandering het meest bedreigde land ter wereld. Zie ook de Global Climate Risk Index 2014.

Bekijk twee video's over de gevolgen van ontbossing.

ontbossing

 

deforestation


Icoon boekMeer lezen 
Beleidsplan 2010 – 2025 van het Ministerie van Landbouw
Planter Maintenant – informatiedocument van Oxfam
From Gardens to Markets: a madam Sara perspective
Rural planting strategies

 

Links
Ministerie van Landbouw
FAO