HaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïtiHaïti

Ceremonie drapeau SmallHaïtianen beschouwen onderwijs als de manier om hun kinderen hoger op te laten komen. Ze zijn dan ook bereid hiervoor grote financiële offers te brengen. De kwaliteit van het onderwijssysteem laat echter veel te wensen over. Het volgen van basisonderwijs is volgens de grondwet verplicht, en - in ieder geval op openbare scholen - gratis. Onderwijs is een van de speerpunten van de huidige regering.

Algemeen
De Haïtiaanse Grondwet (1987) is er in artikel 32 helder over. Alle kinderen hebben recht op minimaal 6 jaar gratis onderwijs. Al in de eerste twee grondwetten van Haïti (1801 en 1805) wordt er gesproken over openbaar onderwijs (1801) en het recht om onder gemeentelijk toezicht privéscholen te starten (1805). 'Konstitisyon se papye', zeggen Haïtianen terecht. Een Grondwet is maar een stuk papier. Inmiddels is bijna 70 procent van de bevolking alfabeet en stijgt het aantal kinderen dat naar school gaat (meer dan 80%). Gratis onderwijs is echter voor het merendeel van de leerlingen (en hun ouders) niet weggelegd. Openbaar onderwijs is schaars, de meeste scholen (80%) zijn in particuliere handen en bieden zowel het beste als het slechtste wat denkbaar is.

Actualiteit
Voor de regering Martelly / Lamothe is onderwijs een speerpunt van beleid. Tijdens zijn verkiezingscampagne in 2011 schermde Martelly met de 'lekol gratis', gratis onderwijs. Belofte maakt schuld, en zo startte de regering het PSUGO, het Programme de Scolarisation Universelle Gratuite et Obligatoire (het programma voor algemeen gratis en verplicht onderwijs). Het programma heeft als doel anderhalf miljoen kinderen naar de basisschool te laten gaan. Hiervoor betaalt zij de kosten voor zowel openbare scholen als voor privéscholen. De kosten: $ 360 miljoen. De financiering van de PSUGO kwam in handen van het Nationaal Onderwijs Fonds (Fonds National pour l'Education – FNE). Om dit fonds van de nodige financiële middelen te voorzien stelde Martelly voor om een belasting te heffen op alle internationale telefoongesprekken en $ 1,50 belasting te innen op iedere internationale geldoverboeking naar Haïti. Voor het invoeren van nieuwe belastingen is op Haïti instemming van het Parlement vereist. De gedeputeerden in de Tweede Kamer stemden uiteindelijk (onder druk) in, maar de senatoren weigerden, Ze vonden dat deze belastinginning vooral de arme Haïtianen treft die afhankelijk zijn van geldoverboekingen van familieleden in het buitenland. Desalniettemin voerde de regering de heffingen in.

Inmiddels ligt het programma zwaar onder vuur. Enerzijds omdat blijkt dat scholen frauderen. Handige bedriegers doen voor alsof zij een school runnen (spookscholen) en weten zo geld te incasseren. Hiertegen zijn inmiddels de nodige maatregelen getroffen. Ook blijkt dat de geboden onderwijskwaliteit op scholen onder de maat is. Er zijn geen leermiddelen en klaslokalen voldoen niet. De regering is daarnaast te laat met het betalen van de scholen. Anderzijds bestaat er onduidelijkheid over hoeveel geld er inmiddels is binnen gehaald via de belastingen. In maart 2013 meldde de Centrale Bank dat $100 miljoen was geïnd voor het Nationaal Onderwijs Fonds. Drie maanden eerder, in december 2012, vertelde Martelly dat er $ 12 miljoen was opgehaald. Ook zijn er twijfels over het aantal kinderen dat inmiddels van het gratis onderwijs heeft kunnen profiteren. Meer dan 1 miljoen claimt de overheid. Inzicht in het werkelijke aantal kinderen is er echter niet. (lees ook: 'Michel Martelly's education plan in Haiti marked by mismanagement and inflated claims')

De onafhankelijke expert op het terrein van mensenrechten, Michel Frost, prees in zijn mensenrechten rapport (februari 2013) de inzet van de regering ten gunste van het onderwijs. Tegelijk signaleerde hij dat kwaliteitsonderwijs als basisrecht voor de meeste kinderen op Haïti nog een stip aan de verre horizon is. Haïti is overigens verbonden aan het Education for All programma van de Verenigde Naties (UNESCO).

Vertrouwen in onderwijs
Het vertrouwen in het onderwijs is groot. In 2001 is er een onderzoek geweest naar het vertrouwen in allerlei instellingen, zoals scholen, kerken, de overheid, de politie, de pers, de politiek enzovoort. Het blijkt dat Haïtianen zich het meest positief uitlaten over scholen. 93% van de ondervraagden heeft (veel) vertrouwen in de school. Dit vertrouwen blijkt wel uit het bereidheid om veel geld neer te leggen voor het onderwijs aan hun kinderen.

Beeld van het onderwijs
Het is moeilijk om recente cijfers te vinden over de stand van zaken in het onderwijs. Onderstaande cijfers geven een indicatie. De meest recene gegeven zijn te vinden in het EMMUS V Rapport (2012) - par.3.2.3).

      Bruto     Netto
Voorschools onderwijs     67%     56%
Basisonderwijs     111%     77%  ( 86% in de stad - 73% op het platteland)
Middelbaar onderwijs     68%     25%  ( 46% in de stad = 16% op het platteland)


Bruto scholingsgraad
geeft het totaal aantal leerlingen in een bepaalde onderwijsvorm aan in een percentage ten opzichte van het totaal aantal kinderen in de leeftijdsgroep die bij de betreffende onderwijsvorm hoort. Een percentage van boven de 100% bij de bruto scholingsgraad geeft aan dat er veel te oude leerlingen in de betreffende onderwijsvorm zitten.

Netto scholingsgraad geeft aan hoeveel kinderen van de leeftijdsgroep die bij de betreffende onderwijsvorm hoort ook daadwerkelijk dit onderwijs volgen.

Het onderwijssysteem
Het voorschoolse onderwijs (kleuterschool) duurt drie jaar – van het derde tot en met het vijfde levensjaar – en is niet verplicht. Vanaf het zesde levensjaar kunnen kinderen naar de école fondamentale. De école fondamentale duurt negen jaar, en is opgedeeld in drie cycli (Fondamentale 1, 2 en 3, respectievelijk: klas 1 t/m 3, klas 4 t/m 6 en klas 7 t/m 9). De eerste en tweede cyclus komen overeen met de basisschool in Nederland. Aan het eind van het zesde jaar behalen de leerlingen hun dipoma (certificat). De laatste (derde) cyclus komt overeen met de onderbouw van de middelbare school in Nederland.
Binnen een blok (cyclus) zouden leerlingen vanzelf moeten overgaan naar een volgende klas. In de praktijk gebeurt dit niet en is 'zittenblijven' een veel voorkomend verschijnsel. Aan het eind van iedere cyclus vinden overgangsexamens plaats. Na de tweede cyclus (na zes jaar school) kunnen leerlingen ook doorstromen naar het eerste niveau van het beroepsonderwijs. Het voortgezet onderwijs duurt nog eens vier jaar, waarvan de klassen 12 (Rhéto) en 13 (Philo) de examenjaren zijn.

Het beroeps- en technisch onderwijs valt uiteen in drie schooltypen:
- Technisch Onderwijs Instituten: na voltooiing van het volledige middelbaar onderwijs (klas 13).
- Scholen voor beroepsonderwijs: na voltooiing van minimaal de tweede cyclus (klas 6).
- Centra voor Training van Vaardigheden.

Het hoger onderwijs wordt verzorgd door de Université d'Etat d'Haïti en diverse particuliere onderwijsinstellingen. Haïti heeft een van de laagste aantallen studenten in het hoger onderwijs ter wereld.

Overzicht schoolsysteem

Overheid of privé
De manier waarop het onderwijs op Haïti is georganiseerd is zeer opmerkelijk. 80% van het basis- en voortgezet onderwijs wordt geboden door privépersonen of instellingen. In 2006 gaf de regering van Haïti 2% van het bruto nationaal product uit aan onderwijs. Wereldwijd is Haïti hiermee een van de landen die het minste besteedt aan onderwijs. De particuliere uitgaven aan onderwijs bedroegen echter 6,6% van het bnp. Deze uitgaven zijn in geen enkel land zo hoog. Het voorschoolste onderwijs is bijna volledig in particuliere handen.

      Publiek     Pariculier     Samen
Fondamentale 1 en 2       390.000     1.716.000     2.106.000
Fondamentale 3     87.400     248.900     236.300
Ecole secondaire     55.400     181.800     237.200
Universite     28.000     12.000     40.000


Het openbaar onderwijs is goedkoper dan het particuliere onderwijs. De meeste openbare scholen bevinden zich in de steden. Op het platteland zijn veel kinderen daarom aangewezen op (duurdere) particuliere scholen. Sinds de jaren zeventig is het aantal leerlingen in het privéonderwijs sterk gestegen ten koste van het openbare onderwijs. Slechts een paar privéscholen, in en rondom de hoofdstad en bestemd voor de welvarende bevolking, leveren een internationaal geaccepteerde kwaliteit van onderwijs. In de privésector zijn drie soorten scholen ontstaan:

Ecoles borlettes
Veel privépersonen starten een schooltje als een soort van onderneming. Onderwijs is business. Een aanzienlijk deel van deze scholen valt binnen de categorie van wat HaÏtianen de 'lekol bolet' noemen. Een 'bolet' of 'borlette' is een loterijkantoortje, waarvan er op Haïti zeer veel zijn. Met deze scholen is het net als met een loterij. Als je gelukt hebt, leer je er wat. De meeste van deze scholen presteren op alle fronten slecht. Driekwart heeft geen vergunning van de overheid om als onderwijsinstelling te mogen functioneren. De overheid heeft niets te zeggen over de kwaliteit van hun onderwijs en evenmin over het gevraagde schoolgeld. Iedereen kan voor zichzelf een school beginnen, reclame maken, leerlingen aannemen en schoolgeld laten betalen en onderwijzers in dienst nemen. Dit alles zonder enige vorm van controle of kwaliteitsbewaking. Leerkrachten worden niet of niet op tijd betaald, er is weinig toezicht op de leerlingen, er is gebrek aan discipline, er zijn geen selectiecriteria voor toelating.

Religieuze scholen
De tweede groep scholen is die door kerken en geloofsgemeenschappen zijn opgezet. Binnen deze groep zijn er zowel goed functionerende en kwalitatief uitstekende scholen als ook slecht functionerende en onder de maat presterende scholen.

Gemeenschapsscholen
De derde groep bestaat uit 'gemeenschapsscholen', die door een gemeenschap (vaak wijk of dorp) op welke wijze dan ook in stand worden gehouden. Het schoolgeld is meestal erg laag evenals de kwaliteit van het onderwijs.

De kwaliteit van de openbare scholen ligt boven het gemiddelde van die van de privéscholen. Het salaris voor de leerkrachten in het openbaar onderwijs is minstens het dubbele van dat van hun collega's binnen de privéscholen – met uitzondering van de elite privéscholen.

Lees blog Why isn't private education delivering better results in Haïti?

Leeromgeving
De leeromgeving op veel basisscholen is verre van ideaal. Er is sprake van overvolle klassen en meerdere groepen in een en dezelfde ruimte (of onder een boom of schamel afdakje), slechte accommodatie, gebrekkig meubilair, tekort aan leermiddelen (schoolborden, boeken, schrijfgerei). Er zijn geen cijfers beschikbaar over hoeveel scholen voldoen aan de minimumvereisten voor kwalitatief goed onderwijs.
Het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs kampen met dezelfde problemen. Scholen hebben geen bibliotheken, laboratoria of praktijkruimten. In veel gevallen beschikt alleen de docent over een schoolboek. Herhaling en memorisatie zijn vaak de enig gebruikte onderwijsmethoden, ook in het beroepsonderwijs.

Onderwijzend personeel
Een van de grootste problemen voor het onderwijs in Haïti is het lage opleidingsniveau van de leerkrachten. Het opleidingsniveau van veel leerkrachten is vaak maar net wat hoger dan dat van de kinderen waaraan ze les geven. Ongeveer 79% van de leerkrachten heeft geen formele opleiding gevolgd. Veel mensen met een opleiding en de capaciteiten om les te geven zijn vertrokken naar het buitenland, o.a. tijdens de Duvalier periode (1959 – 1986). De leerkrachten in openbare scholen zijn beter gekwalificeerd dan die in privéscholen.
De salarissen zijn laag. In het openbare onderwijs verdient een leraar in het basisonderwijs ongeveer 4000 Gourdes per maand (ongeveer $ 100). In de particuliere sector lopen de salarissen sterk uiteen, maar op het platteland is 1500 Gourdes per maand ($ 35) geen uitzondering. Organisaties die geïnvesteerd hebben in het opleiden van leerkrachten op het platteland merken dat ze het risico lopen dat hun leerkrachten na het afronden van hun opleiding werk gaan zoeken in de stad. Op het platteland werken veel leerkrachten ook nog op de akkers om hun inkomen aan te vullen. Ze moeten hun tijd en aandacht zo verdelen. Salarissen worden onregelmatig uitbetaald, bijvoorbeeld omdat als gevolg van de uitval van leerlingen de inkomsten van de school in de loop van het schooljaar sterk teruglopen. Het komt voor dat leerkrachten hun werk tijdelijk neerleggen om druk uit te oefenen op de school om hun salaris uit te betalen. Dit geldt ook voor leraren in de openbare scholen.
Leerkrachten die wel een passende opleiding hebben gevolgd krijgen te maken met overvolle klassen, achterstallige salarisbetaling, tekort aan leermiddelen en gebrek aan evaluatie en toezicht.

Onderwijstaal
Op Haïti wordt Creool en Frans gesproken. Creool is de eerste onderwijstaal. De testen aan het einde van het zesde jaar zijn echter in het Frans. Het is niet duidelijk hoe en wanneer de overgang van het Creool naar het Frans gemaakt wordt en hoe succesvol deze is. Veel leerkrachten beheersen zelf het Frans ook onvoldoende. Het voortgezet onderwijs is Franstalig.
Lees artikel: Should creole replace French in Haiti's schools?

Gender gap
Opmerkelijk is dat er op Haïti geen sprake lijkt te zijn van een 'gender gap'. Er gaan ongeveer evenveel jongens als meisjes naar school.

Belemmeringen en schooluitval
Zelfs als ouders (een of meerdere van) hun kinderen naar school kunnen laten gaan, zijn er vooral op het platteland allerlei omstandigheden die het volgen van het onderwijs moeilijk maken.
- Het regenseizoen veroorzaakt veel hinder voor het onderwijs. Kinderen kunnen niet meer op school komen,of de schoolgebouwen hebben last van wateroverlast.
- Veel kinderen moeten grote afstanden lopen. Ze komen moe op school aan en hebben vaak honger. De grote afstand is voor veel ouders een reden om hun kinderen pas op latere leeftijd naar school te sturen.
- In de loop van het schooljaar zijn kinderen vooral ook regelmatig thuis nodig om huishoudelijk werk of werk op het land te verrichten. Op marktdagen zijn er doorgaans ook minder kinderen op school.

Er is een hoge schooluitvalgraad (drop-out). De redenen hiervoor zijn legio. Het kan zijn dan ouders het schoolgeld of de kosten voor de examens aan het eind van de cyclus niet kunnen betalen. Hoewel het laten afleggen van overgangsexamens tussen leerjaren binnen een cyclus in strijd is met het Nationaal Plan voor Basisonderwijs (PNEF) gebeurt dit toch vaak. Sommige ouders kunnen de kosten hiervan niet opbrengen en halen hun kinderen van school. Drop out kan ook veroorzaakt worden door banale zaken als het niet kunnen aanschaffen van nieuwe schoenen als de oude kapot zijn. Dit geldt vooral voor kinderen die wat verder van school wonen. Daarnaast kan sociale dwang ook een rol spelen. Wie zijn kind niet netjes kan kleden, houdt hem thuis. Schooluitval wordt ook veroorzaakt door de noodzaak om seizoensarbeid op het land te verrichten. In de eigen omgeving of op suikerrietplantages in de Dominicaanse Republiek.

Huishoudens die uitsluitend inkomsten hebben uit de landbouw kunnen in veel gevallen het schoolgeld niet betalen. Huishoudens met kleinvee (zoals kippen) hebben een beperkte buffer. Om het schoolgeld op te brengen kan kleinvee verkocht worden. Deze gezinnen zijn wel weer kwetsbaar als er sprake is van dierenziekten. Wie afhankelijk is van een grote jaarlijkse oogst – bijvoorbeeld in oktober – wordt in september geconfronteerd met het probleem van het schoolgeld. Als er dan geen kredietmogelijkheden zijn, kan dit betekenen dat kinderen niet naar school gaan. Stijging van voedsel-, brandstof en kunstmestprijzen kan ook een nadelig effect hebben op het naar school (blijven) gaan.

Voor veel huishoudens op Haïti geldt de zogenaamde Education investment trap. Huishoudens brengen net genoeg geld bijeen om een kind naar school te sturen. Als het kind om welke reden dan ook halverwege uitvalt en in het daaropvolgende jaar weer opnieuw moet beginnen, dan levert de investering in onderwijs niets op; het kost alleen maar geld.

Uitval in stedelijk gebied heeft vaak te maken met het wegvallen van de kostwinner in het gezin, hetzij door overlijden, hetzij doordat deze persoon zijn of haar baan kwijtraakt. Zwangerschap is ook een reden voor schooluitval.

Overlevingsstrategie
Voor huishoudens die gericht zijn op overleven kan het niet naar school sturen van kinderen een logische keus zijn. De kinderen zijn nodig om in de dagelijkse levensbehoeften te voorzien. Ze doen werk op het land, in het huishouden of ze worden voor seizoensarbeid naar de suikerrietplantages in de Dominicaanse Republiek gestuurd. Als onderwijs bovendien de kans op het vinden van werk niet aantoonbaar vergroot, wordt de keus om kinderen niet naar school te sturen wel heel eenvoudig.
Sommige arme huishoudens kiezen ervoor om slechts een of enkele kinderen naar school te sturen. Ze investeren zo in een beperkt aantal kinderen terwijl de anderen thuis meewerken. In sommige gevallen wordt er ook voor gekozen een kind naar een privéschool te sturen, terwijl andere kinderen naar een openbare school gaan.
Een andere keuze die ouders maken is dat kinderen afwisselend naar school gaan. Het ene jaar die, en het volgend jaar een ander kind. Hierbij speelt ook het belang van sociale contacten en omgang met andere kinderen een rol. Het niet naar school gaan wordt soms gezien als sociaal ongepast.

Studies en rapporten over onderwijs
> Proefschrift over onderwijs.
> Operationeel Plan 2010 - 2015: herfundering van het Haïtiaanse onderwijssysteem
> Enquête naar de levensomstandigheden: onderwijs - Haïtiaans Instituut voor de Statistiek, jaar ?
> Rapport Education and conflict in Haiti – United States Institute of Peace (augustus 2010)
> Rapport Youth and education in Haiti – Fafo paper (2008)